dinsdag 22 april 2014

Ka sport met Pasen

Voorzichtig doe ik mijn ogen weer open. Waar ben ik? Oh ja! In de sportschool. Liggend op mijn rug op een matje. Of ik voorzichtig omhoog wil komen in een kleermakerszit. Kleermakerszit? Dat lukt toch niet met mijn stramme botten?! Zo goed en kwaad als het gaat, kruis ik mijn knieën. Het ontspannen was goed te doen. Maar god, wat daar allemaal aan vooraf ging…

Tweede paasdag. Een paasevent op mijn sportclub. Mooi. Een beetje beweging kan ik wel gebruiken na het naar binnen stampen van de hele zak holle verstop-eieren, kleffe warme broodjes, calorierijke paastrifle en echte eieren. Ik laat me verrassen, terwijl ik daar eigenlijk niet van houd. We beginnen met bodyattack. Na tien minuten zweet ik als een pakkendrager. Als een circuspaard ren ik samen met de andere fanatiekelingen rondjes, moet ik een burpee maken. Een wat? Burpee? Dat klinkt als een zure oprisping. Ik kan verklappen dat je dat er wel van krijgt. Bij een burpee laat je je op de grond vallen in opdruk-positie, je springt naar voren, staat op en springt weer omhoog. Zoiets. Na drie burpees moest ik aan het zuurstof. Gelukkig had ik mijn koffie in mijn to go-beker mee, zodat ik de broodnodige cafeïne erin kon meppen. Ongetwijfeld mijn redding.

Een burpee. Nee geen zure oprisping, maar een dodelijk vermoeiende oefening.


Na de attack werd grijnzend de bodysteps aangekondigd. Oh god. Steppen. Kon ik een toeval faken? Als er iets is dat ik niet kan, dan is dat het wel. Ik ben super onhandig, heb moeite met links en rechts uit elkaar te houden en ben zo niet ritmisch. Ik deed mijn stinkende best en was tevreden over het resultaat. Ik kon er geen zak van, maar had in elk geval al mijn tanden nog en kon mijn enkels nog bewegen. Na de attack een rondje bodypump. Kijk. Dat begreep ik tenminste. Ik laadde mijn barbell vol gewichten en ging er tegen aan. Heerlijk. Toen ik mooi op stoom was, was het de hoogste tijd voor het laatste onderdeel. Bodybalance. Oh ja. Vooral het stukje balans was hilarisch. Leg je rechtervoet tegen je linkerknie aan. Bent u er nog? Nadat ik drie keer was omgevallen, lukte het. Toen moest ik een ‘ster doen’. Een been opzij, armen halleluja omhoog en balanceren op mijn andere been. Godsamme. Dat was nog eens werken. Als hekkensluiter was de tien minuten ontspanning. Daar keek ik naar uit.

Ja hier lach ik nog. Een cobra, das goed te doen. Maar de zonnegroet wel eens geprobeerd?!


Ik lag prinsheerlijk op mijn matje. Klaar voor het Grote Ontspannen. Ik dreef langzaam weg van de zak holle verstop-eieren, het Grote Moeten en andere ballast. Toen ik weg dreigde te zakken in het Grote Niets, werd ik daar ruw uitgetrokken. Pulululiep. Pulululiep. Vlak naast mijn oor lag een mobieltje van een sporter die hinderlijk opgewekt aankondigde dat er een whatsapp binnen kwam. Was totaal uit mijn ontspanning en bedacht me dat ik straks nog even boodschappen kon doen, ik had tenslotte nog geen groente voor het avondeten en de winkels waren open. Nu toch zo lekker bezig was, kon ik gelijk wel even bedenken wat ik morgen zou gaan eten. Wat was het morgen eigenlijk?


Ik kwam bij toen ik de bodybalancejuf ‘paasbrood en eieren eten’ hoorde zeggen. Ah! Er stond wat te nassen. Ik spoedde mij naar de koffiehoek en stampte twee eieren, twee thee, een chocoladekuiken en een paasbroodje naar binnen. Zonder boter. Anders was al dat bewegen helemaal voor niks geweest. 

donderdag 17 april 2014

Ka viert Pasen

Pasen. Ik heb er niet zo veel mee. Vind het wel leuk, maar daar blijft het dan verder ook bij. Bloedfanatiek word ik van eieren zoeken. En van chocolade-eieren eten. Ik verstop ze voor mijn boenders. De zakken holle eieren koop ik ruim op tijd. Dan weet ik tenminste zeker dat ze Pasen niet halen. Want de holle eieren blijven mijn naam maar roepen. Ik moet die eieren uit hun lijden verlossen. Overmacht.

Ik heb er een blog overgeschreven. Lees m maar op http://www.damespraatjes.nl/2014/ka-viert-pasen

Enne... vrolijk Pasen. Of: zalig Pasen. Zoals u wenst.

Die irritante holle eieren blijven mijn naam maar fluisteren...

dinsdag 15 april 2014

Ka ligt opgebaard


Hee. Kijk, daar in het hoekje zit een klein spinnetje. Sebastiaan. Mijn ogen schieten van links naar rechts. Als ik recht omhoog kijk, wordt mijn blik opgezogen door een groot schilderij. Kleurrijke vormen. Het lijkt nergens op, maar ik zie er van alles in. Vooral het heldere groen stelt me gerust.

Het kunstwerk doet me denken aan mijn enorme blunder van jaren terug. In de wachtkamer van mijn tandarts hingen drie schilderijen. Donker van kleur, somber zelfs. Aangezien ik al nooit in feeststemming ben als ik mij bevind in de wachtkamer van de tandarts, werd ik behoorlijk nerveus van de kunstwerkjes. En als ik daar nerveus van werd, dan moesten er toch meer patiënten zijn die er last van hadden. Ik besloot mijn nek uit te steken. Ik offerde me wel weer op. Ik meldde mijn tandarts dat ik niet vrolijk werd van de schilderijen die hij boven de harde stoeltjes had opgehangen. “Sterker: ik word er depressief van”, zo voegde ik er dreigend aan toe. De tandarts keek me vorsend aan, draaide zich om, lachte demonisch en zei: “ik zal het doorgeven aan mijn vrouw. Zij heeft ze geschilderd. Neem plaats”, wees hij op de stoel. Daar zat ik dan. Overgeleverd aan de boor en grillen van mijn tandarts. “Als ik m nou maar niet boos heb gemaakt”, schoot door me heen. Vijftien jaar later kom ik nog steeds bij de tandarts en kunnen we het nog steeds met elkaar vinden.

De spuit wordt in mijn mond gezet en tergend langzaam leeggespoten. Mijn handen heb ik in elkaar gevouwen en liggen op mijn buik. Alsof ik opgebaard lig. Zo voelt het ook. Juiste make-up, Palladiums, spijkerbroek, check… ja hoor, helemaal zoals ze was. Mevrouw van Leeuwen kan de verbrandingsoven in. Maar nou dwaal ik af. Ik had me voorgenomen dat ik, terwijl mijn tandarts mijn kies vakkundig voorbereid voor een kroon, een huis zou gaan inrichten. In mijn hoofd. Veel verder dan de hal kom ik niet. Telkens word ik afgeleid. Dan moet ik mijn mond weer open doen, dan weer dicht.


Terwijl ik een schep vol klei in mijn mond heb, en drie minuten moet wachten totdat het hard is, surft mijn tandarts naar www.buienradar.nl. “Even kijken wat voor een weer het wordt. Ah, vannacht -2. Lijkt koud maar is heel normaal voor de tijd van het jaar”, deelt hij mee. Zaterdag 18 graden. Kijk dat zijn berichten, denk ik opgewekt. De klem vol klei wordt uit mijn mond geklakt. Ik voel of mijn mondhoeken niet zijn uitgescheurd. Terwijl het fanatieke boortje ronddraait in mijn mond, snijdt mijn tandarts het leed in Oekraïne aan. Zonder dat ik het wil, trek ik mijn wenkbrauwen hoog op. Ik zie verwarring bij mijn tandarts. Ik focus me weer op het huis in mijn hoofd dat ik moet inrichten. Neem ik een parketvloer of tapijt? Hoogpolig? De knoop kan ik niet doorhakken. Ik moet op een watje bijten met spul dat het bloeden van mijn kies moet stelpen. God nee he, maak ik een grapje over opgebaard liggen in de tandarts stoel, ben ik ineens akelig dichtbij dat scenario. Terwijl ik dood lig te bloeden in de stoel, loopt mijn tandarts weg. Zodat ik rustig kan sterven, zo houd ik mezelf voor. Niet veel later komt hij weer binnen met een kop dampende koffie. Vrolijk zet hij zijn werkzaamheden in mijn mond voort. Ik houd me kranig na de bijna-dood-ervaring. Na zo’n drie kwartier verlaat ik de praktijk met in mijn mond een noodkroon. Een balletje uit de automaat krijg ik niet. Hoef ik ook niet. Toen ik mijn kleinste vanochtend vertelde dat ik naar de tandarts moest, vroeg hij of ik dan ook een balletje kreeg. Ik schudde mijn hoofd. Mijn kleinste hield zijn hoofd schuin, keek me aan en zei: “Oke, mama, als ik volgende keer weer bij de tandarts ben, dan mag jij mijn balletje hebben.” Een noodkroon zo vlak voor Koningsdag en een balletje in het vooruitzicht. Ik ben een gelukkig mens.

Met een scheve mond van de verdoving, maar gelukkig.

woensdag 9 april 2014

Ka eet pannenkoeken in het reuzenrad

Soms krijg je kaartjes aangeboden die je onmogelijk kunt weigeren. Vier VIP-kaarten voor de Jan z'n Pannenkoekendag in Slagharen. Daar moest ik bij zijn natuurlijk.


"Oh, jah", voegde de hoofdredactrice van Damespraatjes eraan toe, "je mag pannenkoeken in het reuzenrad eten." Dat is once in a lifetime dacht ik zo. Mijn boenders vonden het doodeng. Terecht. Het was een best rad namelijk. Ik liet me niet kennen en vond dat ze niet moesten mekkeren. En zo zaten wij in het reuzenrad en rolden vliegensvlug pannenkoeken op. 

Benieuwd hoe het afliep? Lees mijn blog! 

Best hoog....


vrijdag 4 april 2014

Ka wurmt zich in corrigerend ondergoed

Nou eh, zo zag het er bij mij echt niet uit...


Corrigerend ondergoed. Juichende verhalen hoor ik daarover. Ik dacht: dat moet ik ook eens proberen. Lijkt me geweldig, zo fijn strak lijf waar je niet voor hoeft te trainen maar gewoon een corrigerend hemdje en een corrigerend broekje aan doen. Ehm. Aan ging prima. Maar uit... mijn god!

Lees mijn blog maar op www.damespraatjes.nl

Ka bereidt zich voor op pubers



Mijn boenders zijn schatjes. Vier en zes jaar. Ze houden van hun moeder met heel hun hart en ziel. Ik ben hun held. Hun veilige baken. Hun rots in de branding. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Er komt een dag dat dat over is. Dat ik een zeiksnor ben. Een oud vel dat er niets van snapt. Dat ik niet zo stom moet doen omdat ze zich schamen voor mij. Verdorie. Daar kijk ik niet naar uit.

Ik heb een boek gekocht en gelezen. Pubers! heet het. Gerard Janssen schreef deze handleiding voor ouders. Leuk! En nuttig. Ik heb er een blog over geschreven. Op www.damespraatjes.nl Lezen maar!





maandag 31 maart 2014

Ka hoort het over de schutting

Ja, achter de schuttingen vinden allerlei bezigheden plaats...
“Godnondeju! Wat een takkeding!”, hoor ik aan de andere kant van de schutting. Dat is niet mijn oude, keurige buuf, nee, dat is haar tuinman. “Met dit ding kan ik toch geen gras maaien. Dat kan niet. Dat kan gewoon niet.” Hoewel ik haar niet kan zien, weet ik zeker dat ze haar schoudertjes ophaalt. De tuinman baggert door de grasmat. “Oooohoooh, livin on a prayeeeer”, zingt hij nu heel vals mee met Bon Jovi. “He? Wat zegguuu? Een kopje thee? Hebbuuu ook cola?” Het wordt rustig aan de andere kant van de schutting. Mijn oude buuf drinkt een kopje thee met haar tuinman. Na een stief kwartiertje gaat ie weer aan de gang.

“Ik wil een heidetuin”, vertrouwde mijn oude buuf mij laatst toe. Om daar een begin mee te maken, had ze twee minuscule plantjes hei gekocht. “Kijk, daar staan ze”, wees ze me. Ik keek haar aan. “Wat denk je? Zal ik ze nog weelderig en tierig zien worden?”, grinnikte ze. Ik vrees het niet. Naast die minuscule plantjes hei staat er in haar tuin een scheve heg, een veel te grote kluit lavendel, struikjes die al jaren terug overleden zijn en hier een daar een verdwaalde bloembol. Deze flora is geplant in een uitermate hobbelig landschap. Of liever gezegd: de tuinman heeft voor deze hobbelige toestand gezorgd. Die kan namelijk niets normaal. De deur  van zijn Opel Corsa doet ie niet met zijn hand dicht, nee, daar gebruikt hij zijn rechterbeen voor. Ik probeer het te vermijden, maar mocht ik onverhoopt naar buiten moeten als hij de voortuin onder handen neemt, zorg ik dat ik een helm op heb. De keren dat de bezem van de steel afvloog zijn niet te tellen. Als ie blad weg blaast, zit ons hele huis onder de tuinafval. En als hij harkt, ja, dan er ontstaan er hobbels. Veel hobbels.

“Ach, het is zo’n aardige jongen”, vergoelijkt mijn oude buuf de brute tuinman als ik vraag waarom ze m steeds weer belt. Driftig veegt ie bladeren van het pad. “Waar motten die bollen kommen?”, vraagt ie mijn oude buuf, terwijl hij met een enorme schep kuilen graaft. Mijn oude buuf aarzelt. Dat duurt hem te lang. Hopsa. Hij flikkert de bollen in de door hem gegraven kuilen. “Dan is het verrassing wanneer er bloemetjes komen”, grijnst hij dom. Mijn oude buuf knikt. Ook dom.


Niet veel later gaat de telefoon. Mijn oude buuf. “Ik kom eens even vragen hoe het met je is. Jij bent ook altijd druk he? Ik zei laatst nog tegen Cornelia, meid, zei ik, mijn buurvrouw is een bezig bijtje. Je hebt ook zulke leuke jongetjes. Enig. Echt enig. Mijn tuinman vindt dat ik een nieuwe grasmaaier moet kopen. Hij zegt dat hij met dat oude ding van mij niet kan werken. Nou, dat moet hij dan maar zelf regelen. Hoe moet ik zo’n grasmaaier thuis krijgen? Kan ‘m moeilijk op mijn rug nemen.” Abrupt staakt ze het gesprek. “Oh!”, zegt ze zacht, “ik moet ophangen. De tuinman bonkt tegen het raam. Hij wil zijn geld.” Ik hoop dat haar raam er nog in zit. Als ik de Opel Corsa knoerthard de straat uit zie en vooral hoor rijden, gaat de telefoon weer. Mijn oude buuf.  Of ik een kopje thee kom drinken. “Hebbuuu ook cola?”, gier ik het uit. Hoewel ze geen idee waarom heeft, giechelt ze vrolijk met me mee. En schenkt een cola voor me in.  

Het duurt nog wel even voordat mijn oude buuf zulke grote mooie heideplanten in haar tuintje heeft staan....