donderdag 19 juni 2014

Ka loomt niet


Deze vrolijke vrienden zijn geloomd door De Man. Sorry? Ja, loomen, een soort punniken maar dan met elastiekjes. Ik kan het niet. Of liever gezegd: ik heb er niet zoveel mee.

Mijn moeder heeft het mijn boenders geleerd. Zij schafte een 'loom' aan en elastiekjes. Mijn oudste kan het erg goed, mijn jongste doet maar wat. Maar de beste loomer bij ons thuis, is De Man. Die kan het echt heel goed. Loomt moeiteloos brede armbandjes en draait zijn hand niet om voor cavia's en schildpadden van elastiek.

Een diepe buiging en blog voor De Man. Lees 'm maar: http://www.damespraatjes.nl/2014/ka-loomt-niet

maandag 9 juni 2014

Ka wordt besproken

Ik haast me naar de sportschool. Ik ben al laat en houd daar niet van. Ik zet mijn fiets tegen een boom, en hol de trappen van de Kijkbuistunnel op. Hijgend kom ik boven. Blijf ik zo wonderlijk vinden. Ik sport me suf, en na het beklimmen van die trappen ben ik steevast buiten adem. Als ik mijn adem onder controle probeer te krijgen, hoor ik ineens: "Ja, hallo. Goedenavond."

Verbaasd kijk ik om me heen. Achter me zitten twee zwervers. Een man en een vrouw. Tussen hen in een overvol winkelwagentje met vage plastic zakken en lappen. "Oh, hallo", antwoord ik een beetje gepikeerd. Waarom zegt die vrouw mij zo nadrukkelijk gedag? Ik loop door en spring niet veel later op mijn spinningfiets, het voorval in de Kijkbuistunnel snel vergetend. Maar dan ga ik weer naar huis. Van verre zie ik ze al zitten. En ruik ik ze. "Nou, echt vrolijk loop je er ook niet bij, hé?" Nou moe. Het moet niet gekker worden. Met haar hand wappert ze van mijn kruin naar mijn tenen. Haar nagels zijn zwart van het vuil. "Moet je nou kijken, allemaal zwart. Ben je depressief ofzo?" Ik? Depressief? Ik kijk naar mezelf. Oh. Ik ben in het zwart gekleed. Alsof zij met haar kaalgeschoren hoofd volle zalen trekt, denk ik grimmig. "Mens, ik heb een super vrolijke tas", wijs ik op mijn knaloranje sporttas. Ze schudt haar hoofd, maar grijnst nu. "Trek morgen maar wat vrolijkers aan", adviseert ze me. Nou ja zeg. Ik kijk om me heen. Ik verwacht dat elk moment Frans Bauer buiten adem van de trappen tevoorschijn komt om mij te zeggen dat ik in Bananensplit zit. Niets is minder waar. Het blijft akelig stil in de Kijkbuistunnel. Ik wens haar en hem een fijne avond. Hij zegt niets. Hij lijkt wel dood, maar ik ga ervan uit dat ie slaapt. "God zegent u", roept ze me na. Dat zou ook voor het eerst zijn, mompel ik.

Niks mis mee, met mijn sporttassie. Ook leuk bij mijn Roy Donders Juichpak!

De volgende dag stier ik de trappen van de Kijkbuistunnel weer op. "Kijk, dat ziet er een stuk beter uit", keurt de zwerfster mijn kleding goed. Mijn god. Zou ze van de modepolitie zijn? Zwijgend steek ik mijn hand op en loop door. Ik heb geen zin in conversaties met vreemden in de Kijkbuistunnel. Ze brabbelt nu tegen andere tunnelgangers.

Als ik terugkom, hoop ik ongezien langs haar heen te glippen. Mis. Ze mompelt iets binnensmonds en kijkt me vragend aan. "Weet je wat dat is? Nee? Moet je thuis even opzoeken." Ik knik en weet nu al dat ik dat toch niet doe. God, wat begint dat mens me op mijn zenuwen te werken. En waarom moet ze mij toch steeds hebben? "De wegen naar Sion treuren, er zijn geen feestgangers meer. Haar poorten liggen verlaten, haar priesters zuchten, haar meisjes zijn bedroefd. En zij zijzelf: bitter is haar lot", predikt ze theatraal. Haar vriend, wordt snurkend wakker. Heeft de tekst ongetwijfeld vaker gehoord.

Ik vertel over duo aan De Man. Dat ik er gek van word. Grijnzend kijkt De Man me aan. "Weet je wat nou zo mooi is? Zij laten zich niet gek maken. Alles wat ze bezitten past in een winkelwagentje. Meer hebben ze niet om zich druk te maken." En dus hebben ze alle tijd om zich met mij te bemoeien. 

Of ze er nog zitten, ik weet het niet. Sinds kort neem ik een andere route naar de sportschool. Het is vreselijk om en ik moet eerder van huis. Het maakt me niks uit. Het is een stuk beter voor mijn humeur.

Meer blogs van mij zijn te lezen op www.damespraatjes.nl 


Ka antwoordt zuchtend

Mijn oudste praat met zijn broertje.

Ik ben een geduldig mens. Dat was ik niet, dat heb ik moeten leren. En heel soms val ik in mijn oude, ongeduldige rol. Sinds ik twee boenders heb, tel ik wat vaker tot tien, haal diep adem en beantwoord hun vragen. En dat zijn er veel. Heel veel.

Van 'waar komt regen vandaan?' tot 'hoeveel tijd hebben we nog?'. Vooral aan de vragen die over tijd en natuur gaan, heb ik een hekel. Weet ik veel. Een buitje is goed voor het stof en als het onweert zijn er twee wolken tegen elkaar aan gebotst. Niet? Nou, ik vind het een mooi antwoord.

Toen ik zwanger van mijn jongste was, barstte mijn oudste van de vragen. Al vrij snel had hij in de gaten dat zijn broertje in mijn buik werd gebakken. En dan zijn zes maanden lang. Dagelijks vroeg hij of zijn broertje al klaar was. Neehee. Hoe lang het dan duurde. Nog zes maanden. Hoe lang is dat dan? Doodmoe werd ik ervan.

Aan dit alles moest ik denken toen ik de Zwangerschaps Aftelkalender voor broertjes/zusjes zag. Ideaal! Wat een uitvinding! Was dat er vijf jaar geleden maar. Hadden mijn oudste boender en ik samen kunnen aftellen.

Wat ook een toestand is, zijn afstanden. Hoe lang duurt het voordat we bij opa in Wassenaar zijn?

Zucht...

Lees mijn blog maar: http://www.damespraatjes.nl/2014/ka-antwoord-zuchtend-blog-zwangerschaps-aftelkalender-voor-kinderen

Voor mij te laat, maar ik weet het zeker: deze aftelkalender gaat het leven van zwangere moeders zoveel aangenamer maken...

donderdag 5 juni 2014

Ka helpt bij de Avondvierdaagse

En na afloop masseer ik de poezelige voetjes van mijn oudste...

Ik heb het verdrongen. Weggestopt in de krochten van mijn hersenen. Maar deze week komen de herinneringen weer keihard tevoorschijn. De Avondvierdaagse. Wandelen. Vier dagen lang. Zingen. In de zeikregen. Komkommer eten. Een bosje duizendschoon van mijn moeder. Ik deed het. Maar of ik het nou leuk vond? Mwoah. Mijn oudste heeft de leeftijd bereikt dat hij mee mag doen. Even hoopte ik dat ie de wandelbeker aan hem voorbij zou laten gaan, maar niets is minder waar. Hij wilde meedoen. Prima. Maar niet met mij. Dus moet De Man wandelen.

Aan de vooravond van de avondvierdaagse werd ik wat paniekerig. Wat moest ik mijn oudste meegeven voor onderweg? Hij had het er maar over dat ie een citroen met pepermunt wilde hebben. Bij de gedachte alleen al vloog het glazuur van mijn tanden. Ik informeerde bij de juf. Een komkommertje en een snoepje was prima. Ik haalde opgelucht adem. Niets citroen. Ik vroeg mijn kleinste of hij wilde helpen met het verzorgen van de drank. Hij straalde.

Twee dagen hebben we nu gehad. En ik ben moe. Bekaf. Van dat ontwrichte leven. Door een wandelfestijn…

Maar er zijn mensen die het nog slechter hebben…

donderdag 29 mei 2014

Ka is een papiertijger

Echt een supergave familyplanner!


Ja, allemaal leuk en aardig die moderne techniek, maar voor mij gaat er niets boven een agenda. Niks met mijn te dikke vingers een afspraak op dat veel te kleine toetsenbordje van mijn smartphone intikken, nee, met sierlijke letters in mijn agenda schrijven. Waar ik ook stickers in kan plakken. En bonnetjes tussen kan bewaren. Niet dat het er toe doet, maar toch.

De Man denkt daar heel anders over. Als hij al een afspraak ergens wil noteren, dan zeker niet op een papieren kalender. Ik zweer erbij. Ik zit daar toch maar een beetje te niksen op die wcpot, kan ik beter even de planning doorlopen.

De Kidsproof Familyplanner is een goeie. Overzichtelijk en je hebt ruimte om de afspraken van zes personen in te vullen. En achterin, oh heerlijk!, een vel vol stickertjes. Leuke stickertjes.

Ik dacht: welja, daar ga ik over bloggen. En wat denk je wat? Jij kunt ook zo'n kalender winnen. Moet je even meedoen aan de actie. Kijk maar snel op www.damespraatjes.nl/2014/ka-een-papiertijger

Zeg nou zelf, dit zijn toch geweldige stickers?!



dinsdag 27 mei 2014

Ka vindt een mobiel

Ik fietste hard. Maar remde nog harder toen ik een Galaxy Note 3 midden op het fietspad zag liggen. Mijn achterband slipte weg. Ik liep terug en pakte de mobiele telefoon op. Ik deed m haastig in mijn zak, alsof ik m gepikt had. Ik vervolgde mijn weg. Het ding brandde in mijn jaszak. Ik zette mijn fiets op slot en haalde de mobiel die niet van mij was uit mijn zak. Hij vroeg om een code. Op de achtergrond zag ik een foto van een poolhond. Ik drukte op wat knopjes. Er gebeurde niets. Ik moest wachten tot iemand mij zou bellen. Ik stelde me voor dat er gebeld werd op dat vreemde toestel. Dan moest ik opnemen. Wat zou ik dan zeggen? Hallo met Ka? Nee, natuurlijk niet. Dan hing degene aan de andere kant weer op. Hallo met de vinder van deze mobiele telefoon? Sjonge. Dat klonk wel heel idioot. Eigenlijk hoopte ik dat niemand zou bellen. Ik had tijd nodig.

En de poolhond, de poolhond zweeg in alle talen.

De poolhond keek me hongerig aan. Stom beest. Ik deed mijn boodschappen. Van wie zou deze mobiele telefoon zijn? En zou de eigenaar nou helemaal in paniek zijn? Zou het zweet onder zijn oksels klotsen, zou hij het niet meer hebben? Het leek me een telefoon van een man. Zo’n ding past niet in een hip damestasje. Ik pakte de telefoon weer uit mijn zak. Trok het pennetje eruit. Tikte interessant op het scherm. Er gebeurde niets. Misschien was de eigenaar wel zo enorm blij als hij zijn telefoon terug kreeg dat ie mij een dikke beloning gaf. Dat zou wat zijn. Ik grijnsde. En kocht vast wat truitjes van de winst.

Ik liep naar de drogist om mijn laatste boodschappen te doen. Daarna zou ik naar huis gaan en op internet eens gaan speuren hoe met mijn vondst om te gaan. Naar de politie wilde ik m niet brengen. Ik wilde eerst zelf eens kijken of ik de eigenaar kon terugvinden. Tevreden keek ik naar het batterijicoontje. De Galaxy Note 3 had voldoende voedsel. Mooi. Ik pakte tandpasta, een zak drop en haarverf sloot in een lange rij voor de kassa aan. Toen ik aan de beurt was, stond er een man naast me. Of hij even voor mocht om wat te vragen. Ik knikte. Tuurlijk. Ik verstijfde. Hoorde ik dat nou goed? Vroeg hij nou aan de caissière of er een mobiele telefoon was gevonden? Uit het niets vroeg ik: “Wat voor een telefoon?” alsof dat een vraag was die er toedeed. Ik weet niet eens welk type iPhone ik zelf heb. “Een Galaxy Note 3”, antwoordde de man. Ik haalde het ding uit mijn zak en hield m omhoog. “Deze?”. Stralend keek hij me aan. Ik gaf hem de telefoon, hij toetste een code in, de poolhond verdween en daarvoor in de plaats verschenen zijn apps. Mijn mond viel open. Ik vertelde waar ik de telefoon had gevonden en dat dat toch al zo’n drie kwartier geleden was. De caissière stond met open mond te luisteren. Ik stond aan de grond genageld. Ik geloof niet in toeval. Maar wat nou als ik niet naar de drogist was gegaan? Maar dat was ik wel. De man stotterde wat. En gaf me een warme hand, groette vriendelijk en verliet de drogist. De caissière en ik keken elkaar aan. Hoe Was Dit Mogelijk? Van schrik vergat de caissière mijn haarverf af te rekenen. Ik hield mijn mond. Een beloning had ik niet gekregen, nou dan was dit mijn beloning, zo dacht ik. Ik verliet de drogist en keek of ik de man nog zag. Nee. Hij was weg.

Het bleef nog lang onrustig in mijn hoofd.

Meer blogs lezen? Kijk dan eens op www.damespraatjes.nl. Daar is wekelijks een verse blog van mij te lezen.

zaterdag 24 mei 2014

Ka moet een Juichpak

Wat een geweldig pak. Old skool trainingspak. Wie wil dat nou niet?


Roy Donders. De stylist uit het zuiden. De man van de harde krullen en worstenbroodjes. Zoals ik altijd een zwak had voor Andre Hazes, zo heb ik ook een zwak voor Roy. Nadat ik hem ontmoette en interviewde wist ik het zeker: deze jongen klopt. Is te goed voor deze wereld. Ik volg m met veel plezier.

Toen ik las dat hij een Juichpak had ontwerpen die verkrijgbaar is bij de Jumbo, veerde ik op. Die MOEST ik hebben. Maar Ka, het ding is knaloranje? Ja dus? Ik wil het ik wil het ik wil het. 

De zegels heb ik bij elkaar, het pak is besteld, 12 juni kan ik m ophalen.

Natuurlijk heb ik er een blog over geschreven. Over opblaasbare leverworsten en verre reizen naar Casablanca. Ik maak wat mee.