dinsdag 19 februari 2013

He Ka, heb je warme tenen?

Hatcher Pass. Dat stond vandaag op het programma, herinnerde ik me toen ik wakker werd. Het had weer flink gesneeuwd en Peet was druk met het verwijderen van de sneeuw zodat ik veilig het huis van Peet en Eef kon bereiken. Het verplaatsen van sneeuw doet ie met een apparaat waar menig man jaloers is, dat weet ik zeker. Want: het maakt herrie, je moet je kop erbij houden (je moet namelijk de sneeuw de goede kant op laten stuiven), en je hebt balls, eh ik bedoel muscles nodig om dat verdomd handige apparaat in bedwang te houden. Ik vind het allemaal prachtig als ik me maar een beetje comfortabel kan voortbewegen. Maar respect voor Peet die als het ff tegenzit dagen achter elkaar sneeuw moet ruimen. Ik heb al zo’n moeite met het schoonhouden van mijn stoep in Hilversum en word woest als ik het dan schoon heb gemaakt en het een uur later wederom begint te sneeuwen. Zo niet Peet. Maar ik vermoed dat dat alles met het apparaat heeft te maken.


En de boer? Die ploegde voort...

Enfin. Hatcher Pass. Hatcher Pass is een walhalla voor wintersporters. Staat dus niet boven aan mijn lijstje, zo dacht ik. Daar ben ik van teruggekomen. Eerst de weg erheen. Ik mocht voorin zitten, zodat ik de weg goed kon zien, zo had Eef bedacht. Goed plan. Ik ging lekker zitten en was klaar voor de omgeving. Want laten we wel wezen, de bald eagle had ik ook nog niet gespot en je kon niet weten. Ik kreeg de schrik van mijn leven toen we over de Knik zoefden en een aantal kleine vogeltjes enorm met hun leventje zag spelen. Wat was het geval? Die kleine opdonders met vleugels zitten met z’n allen gezellig op de weg en vreten het zout van het pekel eruit. Erg slim zijn deze vriendjes niet, en het duurt dan ook even voordat die gasten opvliegen. Moet je je voorstellen: je komt met een beste vaart aangassen en ineens vliegt een plukje van de beestjes uiteen. Je schrikt, wijkt uit en in de hoek waar je uitwijkt, zul je net zien, is altijd de sloomste van het stel. En die kwakt dan op de bumper. Ai. “Tja, suicide birds, doe je niks aan”, trok Eef haar schouders op. Toen ik erop ging letten, zag ik de kadavertjes in de weg steken. Snoeihard die natuur.


Deze foto is genomen vanuit de rijdende Subaru. What a view!

We vervolgden onze weg en ik maakte kennis met een ander Alaska dan ik tot dan toe had gezien. Immens grote besneeuwde bergen, met plukken wolk ervoor. Een strakblauwe lucht. De schoonheid van de natuur greep me bij mijn strot, schudde me door mekaar. Terecht. Dit is mooi. Dit is overweldigend. Bij Hatcher Pass aangekomen, waande ik mij in een wintersportgebied uit de jaren vijftig. Op de parkeerplaats van die fijne grote auto’s, mensen die op een gasstelletje warme chocolademelk bereidden, mannen met bevroren baarden op ski’s. “Jee wat is het druk man”, riep Eef uit. Ik keek om me heen. Druk? “Op een doordeweekse dag is hier niemand, ik snap er niets van”, legde Eef uit. Wat ze even over het hoofd had gezien: het was Presidents Day, Washingtons Birthday, dus een vrije dag.


Eef en Storm gieren met hun slee van de berg.

Hatcher Pass. Je kunt er skien, maar ook van een berg met je slee glijden. Storm had zijn slee, die hij voor zijn verjaardag had gekregen, meegenomen, en samen met Eef klauterde hij de berg op. Ik bleef met Olga beneden staan kijken. Toen al constateerde ik dat er weinig gevoel meer in mijn tenen zat. Ik probeerde ze wat heen en weer te wiebelen, maar dat mislukte. Mijn vijf tenen waren een geheel geworden. Mijn god. Ik stampte, ik danste, ik sprong. Niets hielp. We liepen naar een lodge om thee te drinken en te kijken of ik mijn tenen kon reanimeren. Ookal zo’n jaren vijftig toko met prachtige wintersportschilderijtjes aan de wand. De eigenaar begroette Eef met volle mond toen ze haar bestelling doorgaf en ik zag een stukje brood uit zijn mond op het truitje van Eef belanden. He gadverdamme. Ik had inmiddels mijn schoenen uitgedaan en wiebelde uit alle macht mijn tenen. Ja. Jaaaa! Ze deden het nog. Tevreden dronk ik mijn thee op, keek naar twee snowboarders die aan het worstelen waren in de sneeuw en met hun plank, en was gelukkig. Storm wilde weer op zijn slee. “Hee Ka, zijn je tenen al warm, dan kunnen we weer gaan”, drentelde ie om me heen. We betaalden de spugende man, en stortten ons weer in het wintersportgedruis.


Lekker thee drinken met uitzicht op de bergen.

De weg terug was net zo mooi als de heenweg. De Alaska-puzzel valt stukje bij beetje in elkaar en ik geniet.

Wellicht dat ik vannacht mijn bed wordt uitgetrommeld om naar het Noorderlicht te kijken, veel wijst erop dat we dat kunnen zien. Wellicht is een bald eagle bereid even door dat Noorderlicht te fladderen. Dan ben ik helemaal een gelukkig mens.

Nog even wat foto's omdat het zo allejezus prachtig is:



Kiek m gaan die Storm!




Tis toch net een ansichtkaart?



Olga en Eef in de lodge.

Storm heef een kleiner bergje gevonden waarvan
ie af kan zeilen.

maandag 18 februari 2013

Last Christmas

Toen ik vanochtend wakker werd, had ik een kriebel in mijn buik. Ik dacht even na waarom en toen wist ik het: Eef  heeft kennisgemaakt met  the big four O. Eindelijk een lotgenoot, een veertiger. Hoewel ik weinig talent heb ballonnen op te blazen, pakte ik mijn zakje 'Hoera 40-ballonnen', meegebracht uit Holland, en perste ze vol met lucht. Stoned als een garnaal zat ik op bed, maar had wel mooi drie ballonnen opgeblazen.

Ik pakte de boedelbak om alle cadeautjes die ik voor iedereen mee moest nemen, want ja, 'jij gaat tenslotte naar Eef en wat maakt het nou uit een kleinigheidje mee te nemen en het bespaart mij zoveel portokosten', en wandelde op mijn gemak naar Eef. Ongetwijfeld kon zij op dit moment een goede coach gebruiken, want 40 is toch wel een ding. Aan de muur in de keuken hing een to-do-list van hier tot Tokio en ik trof een enigszins verhitte Eef aan die de ene taart na de andere de oven inschoof. There you go. Kalmte kan je redden zeker als je 40 bent. Maar ja, dan heb je vast niet van die originele taarten zoals Storm die voor zijn vriendjes had.


Storms zijn verjaardagstaart. Let vooral ook op de uiterst
kunstig gevouwen kraanvogels.

Tot twee uur hadden we de tijd voor de voorbereidingen. Dat lijkt lang, maar zoals ik al zei: de to-do-list was oneindig. Ik kreeg ook een missie: de yurt versieren. Lijkt een simpele taak, maar onderschat dit niet. "En niet die Hollandse vlaggetjes ophangen, want die vind ik stom", riep Eef mij na toen ik door de tiefschnee stapte, terwijl ik Last Christmas van Wham maar niet uit mijn hoofd kon krijgen. Een zware druk ruste op mijn schouders. Ik versier nooit; Robert hangt thuis de slingers op. Die dingen gaan altijd door de war, hangen ondersteboven, het touwtje breekt, de punaises hebben pootjes  gekregen. Nee, dat is teveel stress. Maar het stresslevel van Eef was een stuk hoger, dus daar stond ik. De vlaggen in mijn hand. Ik had een lumineus idee: aan de buitenkant met die vrolijkheid. En zo geschiedde. Tot aan mijn knieen stond ik in de sneeuw met koude jatten de vlaggetjes op te hangen. Maar hee, ze hingen en Eef was tevreden en 40.

Aan de door mij zorgvuldig opgehangen vlaggetjes hing een
enorme ijspegel.


Om tien voor half drie -ik klokte het omdat ik benieuwd was of die Amerikanen nou een beetje op tijd op een feestje weten te komen- stapte de eerste gasten binnen. Claudia en Niki. Geen taalflaters want Claudia is een Nederlandse dus daar kon ik mooi tegen praten. Toen kwamen een vrouw, een meisje en het vriendje van Barbie binnen, Ken. Ken bleek Russell te heten en had zo'n heeeel strak gezicht en ogen zonder wallen of kringen. Zo een die er zo verrot gezond uitziet. Verdacht dus. Maar wat een aardige kerel. En daar kwam Froukje. Zoals haar naam al doet vermoeden: ook een Nederlandse. Had ik veel over gehoord dus daar kon ik lekker mee kletsen. Ik voorzag een aangename middag.

Op de slee
Na de taart en cadeautjes veranderde het gezelschap van decor. Het sneeuwde behoorlijk dus er moest buiten worden gespeeld. Last Christmas-neuriend hobbelde ik mee. Met sleetjes van de berg. Olga en ik sloegen het tafereel gade. Olga stootte me aan, keek schalks naar me, wees op een gifgroene slee en vroeg: "Zullen we, Ka?" Ik keek naar het stuk plastic met een touwtje eraan en ik keek Olga aan. Ik knikte. We lieten ons op de slee ploffen, Claudia hield het gevaarte tegen en daar gingen we. Ik had het volste vertrouwen in de stuurtechniek van Olga en was er eigenlijk van uitgegaan dat ze wist waar ze aan begon, even zag ik een bobslee-duo in ons huizen. Maar dat was een behoorlijke inschattingsfout. Olga had geen idee wat ze aan het doen was, de slee gierde over de sneeuw en crashte op een opstaande rand. We werden gelanceerd in de sneeuw en kwamen niet meer bij. Na een keer of vier van de berg afsjezen hielden we het voor gezien. Weinig talent, veel lol.


Een frisse crash in de verse sneeuw. Hopsa!


Ik had een behoorlijk natte kont gekregen van die sneeuw en mijn laarsen vol sneeuw schept, dus ik vond het wel weer genoeg. "Kom mee, we gaan smores eten", zei een van de gasten. Smores. Smores?! Bij de yurt had Peet een vuurtje gemaakt en aan takken werden uit de kluit gewassen marshmellows geroosterd. En dat was nog een hele kunst. Ik zette mijn pokerface op en hing mijn twijgje met spek achteloos in het vuur. Ik keek wat om me heen en toen ik naar mijn smores-in-wording- keek, zag ik dat het ding in de fik stond. Ik grijnste. Hij was in elk geval gaar. En toen kwam het: die heetgeblakerde marshmellow werd op een biscuitje gelegd, chocola on top weer een biscuitje erop en pletten die hap. Een plakkerige kledder, maar lekker. In eens begreep ik waar de naam smores vandaan kwam: we wants more.


Heetgeblakerde marshmellows.
Wat een indrukken allemaal. Ter afsluiting serveerde Peet de gasten een smakelijk kommetje erwtensoep. En daarna was het aftaaien. Ken zei iedereen gedag en hoewel ik niet veel met m had gepraat -had ik het maar wel gedaan want daar was ongetwijfeld weer een leuke spraakverwarring uit voortgekomen- kwam ie naar me toe sloeg zijn arm om mijn schouder en hugte me. Als een plank uit Holland hing ik in zijn arm en Ken verlangde ongetwijfeld naar zijn Barbie die wel zo lekker kan huggen. Ik besloot dat ik dat niet in mijn genen heb en dat een hand geven ook heel aardig is.
We ruimden de yurt op, dronken een bak koffie en ik ging terug naar mijn cabin. Het was een vroljike chaos in mijn hoofd. Zo'n feestje waarvan ik nu al weet dat ik daar nog vaak met plezier aan terug ga denken.


Nog een laatste sneeuwpretfoto: Claudia trekt Tessa
door de sneeuw terwijl hond B op Claudia's rug
springt.

zondag 17 februari 2013

Dames uit the Butte

Zoals ik gisteren aankondigde beleefden we vandaag een dagje in en om de lodge. Mijn dag begon met uitgebreid kletsen met Eef. In de keuken, terwijl ze cupcakes en een andere smakelijk baksel de oven inschoof, namen wij weer eens ouderwets het leven en door en fileerden het ene na het andere wereldprobleem in luttele seconden. Alsof ik wekelijks in haar keukentje vertoef.

Storm kon niet wachten en wilde ons de besneeuwde landerijen laten zien. Eigenlijk had ie een heuse hike –compleet met picknick- in gedachten, maar dat kon ik m uit zijn hoofd praten. Een rondje over de velden, Storm, dat is mooi zat. Vrolijk huppelde ie vooruit en liet Olga en mij alles zien. Zo ook het kantoor waar de gasten zich in het seizoen melden. Ik besloot even plaats te nemen achter de desk, gewoon om even te voelen hoe dat is. En stel dat ik ooit nog eens op zoek zou zijn naar een zomerjob….

Are you being served?!

Enfin.

Tijdens onze mini hike liepen een man een vrouw op de Knik River Lodge-landerijen. Ze liepen stevig door. ‘Na een moose nu een echtpaar?’ dacht ik enigszins in de war, want veel leven was hier immers niet. Eef grijnste en wees mij er fijntjes op dat dat twee dames waren. “Maar die achterste dan?”, vroeg ik verbaasd terwijl mijn wenkbrauwen richting mijn haargrens schoten.  Eef schudde vastbesloten haar hoofd. We maakten kennis met Karen en Marsharie, voor intimi Marsh, werkzaam bij de housekeeping van de lodge. Twee uit de kluitgewassen dames uit the Butte, een soort nabuurschap in Palmer. “Twee gouden wijven”, vertrouwde Eef mij toe. Dat ze zo nu en dan hun tanden vergeten in te doen en een stapeltje pannenkoeken boven hun broekband hebben hangen, wordt op de koop toegenomen. Een van de specialiteiten van Marsh is het rondbrengen van het ontbijt naar gasten. Doet ze enorm elegant. Het gaat als volgt: Marsh stampt het trappetje van de cabin op, ramt op de deur en gromt als een hardrocker die veel zuipt en zware shag rookt: brrrreeeeaaakkfaaasst! Reken maar dat menig gast rechtop in zijn bed heeft gezeten, genade vragend en zwaaiend met een witte zakdoek, het broodmandje aanpakte. Marsh is ongevaarlijk en oneindig loyaal. Voor de lodge zijn ze echt geweldig. En goed personeel vinden in zo’n dunbevolkt gebied is zoeken naar een speld in een hooiberg. Dan maar wat wijven met haar op hun tanden en bovenlip.

Na de rondleiding was het tijd om de yurt, de grote tent waar tijdens het seizoen gasten kunnen eten, te versieren. Want door alle toestanden zouden we haast vergeten dat de reden van mijn komst naar Alaska het vieren van twee verjaardagen is. Hoewel Eef morgen zal moeten aanvaarden dat ze 40 is, viert Storm die dag vast zijn vijfde verjaardag. Het thema had Eef allang bedacht: Gouden Boekjes. Ik kreeg ook een taak: kraanvogels in de themakleuren vouwen. Geen hond die het achter mij zoekt, maar ik kan dus kraanvogels vouwen. Dat kan ik al 30 jaar en het is ook het enige dat ik kan vouwen, maar het is genoeg en ik scoor er altijd mee. Dronken, ziek, zwak, misselijk, net wakker: vraag het me en ik vouw voor je. In de yurt was het takkekoud. De eerste vogels vouwde ik soepeltjes in elkaar, bij de tweede werden mijn vingers wat stram en de derde vielen er twee vingers van mijn hand. Ik besloot de yurt te verlaten en pakte in het huis van Peet en Eef de wasmand. Was ik toch aan het vouwen.


Olga en Storm helpen Eef met het veriseren van de yurt.


De bald eagle heeft gewonnen met verstoppertje maar kent kennelijk mijn ausdauer nog niet. Maar eerst morgen verjaardagen vieren. Das ook een van mijn specialiteiten.

zaterdag 16 februari 2013

Hee Olga, een moose!

Now we’re talking. Vandaag ziet Alaska eruit zoals Alaska eruit moet zien, zegt Eef. Vannacht is er een dik pak sneeuw gevallen. Een heul dik pak. De stilte is nog stiller. Ik ben blij dat Storm voor het nodige lawaai zorgt –compleet met hoge tonen-, anders zou ik bij thuiskomst dood neervallen als mijn boenders mij weer zien en naar ik mag hopen, wat vreugdekreten slaken bij de aanblik van hun serene en zeer uitgeruste moeder.

Storm scoorde overigens vanochtend zeker weer punten: hij maakte met zijn shuffle mijn trappetje schoon. En dat is fijn. Want zo handig ben ik niet en al helemaal niet als er een berg sneeuw in de omgeving ligt waar ik doorheen moet ploegen. Het is nu echt een ansichtkaart. En mijn geluk is compleet. Ik heb een moose gezien. Ik had ontbeten bij Peet en Eef en toen ik terug stiefelde, zag ik m staan. En hij mij. Ik had de tegenwoordigheid van geest het grote beest vast te leggen. Een beetje jammer dat ik nogal hysterisch Olga riep –ik wilde dit natuurmoment graag delen- waardoor de moose er van door ging. Gelukkig hebben we de foto’s nog.


 "Hee, Olga een moose!"

We hadden vandaag een druk programma. Althans Eef had een druk programma. De voorbereidingen voor het verjaardagsfeest van Storm en Eef zondag. De nodige boodschappen moesten worden binnengeroeid en aangezien de Appie hier niet om de hoek zit, gingen we vroeg op pad. Ook stond een koffie-date met Eef d’r vriendin Issy op stapel. Kon ik gelijk even kijken hoe het er met mijn steenkolen Engels voor stond. Nou, dat ging zeker niet onaardig. Issy haar man Brian heeft in het ziekenhuis gelegen lang verhaal, maar waar het nu om draait is dat ik zelfs de medische termen kon volgen. Vond ik al geweldig. Bovendien kon ik er wat one-liners –mijn specialiteit- inknallen, dus dat verliep heel aardig. Een klein doch hilarisch glijertje maakte ik, toen ik Issy verzocht even naar Storms spierballen te kijken. Natuurlijk wist ik dat dat muscels zijn, maar daar kon ik even niet opkomen. Dus kwaakte ik vrolijk: “Look at his balls”, en wees op Storms arm. Dat wijzen was mijn redding anders was het wel een hele toestand geworden. Maar zoals ik zeg: ik boek vooruitgang. Erg leuk om Issy te ontmoeten haar op te halen van haar werk om gezellig koffie te drinken. Ik hou daar van.


Koffie drinken en soep eten met Issy.

Onderweg hadden we best zwaar weer met veel sneeuw. Eef stuurde dapper en trefzeker de Subaru over de Alaskiaanse highway. Ik verbaas me over de tolerantie die er heerst op de snelweg. Niemand lijkt haast te hebben. Geen bumperklevers, wel een enkele ditch diver; een auto die een greppel in is gegleden.

Mijn ogen keek ik uit in de Cosco, de Amerikaanse Makro. Mijn hemel. Daar was echt alles big. Ik heb zakken chips gezien zo groot als een peuter. Maar ook goedkope sportschoenen Fila. Lichtgewicht dus geen enkel probleem in mijn koffer. De Fred Meyer die we daarna bezochten was een grotere variant dan waar we gisteren waren. Ik kijk mijn ogen uit maar ben gelukkig met mijn gesapige Appie op de Langestraat in Hilversum, die zo lekker overzichtelijk is. Die enorme supers kosten me zo enorm veel tijd. Alleen het zoeken al en als ik het dan heb gevonden de keuze tussen twintig varianten van een product. Das hard werken voor een weegschaal als ik.

Vandaag staat een dagje in en om de lodge op het programma. Wellicht spot ik nog een moose. Op mijn verlanglijstje staat ook nog een bald eagle, dus ik stof mijn farviewer weer af.

vrijdag 15 februari 2013

Hey guys!

“Haaaaai, how you’re doing toooodaaaay?!” Ik hoor het de hele dag. “Hey guys, everything okay?”. Ik twijfel steeds. Moet ik nou vertellen hoe het met mij gaat? In mijn steenkolen Engels? Nee. Dat hoeft niet. Sterker: liever niet eigenlijk. Die Amerikanen roepen het allemaal en het is loos. Leeg. Van geen enkele waarde. Maar weet je, het klinkt oke. Zo veel vriendelijker als in Nederland, waar je al god op je blote knieen mag danken als de caissière niet met de andere caissière over jou heen praat maar iets tegen jou zegt. Nee, hier bij Fred Meyer, de Amerikaanse Appie, wordt je mandje aangepakt en je boodschappen in je tas gestopt. Precies zoals ik het ook doe: zware spullen onderin en daar vanaf opbouwen die boodschappen. I love it. De overdreven begroetingen neem ik maar voor lief. En eigenlijk is het zo lachwekkend.

Geen bommetje
Toen we in het hotel in Seattle de lift uitliepen, kwam er een Amerikaan aan. Een soort Peer Mascini (die van de melk-reclame: ‘ik zei nog zo: geen bommetje’) in een licht overhemd en ik meen een pyjamabroek, maar dat zal ik wel verkeerd hebben gezien. Goed, die man hoort ons praten en denkt: ‘Mooi, met die drie ga ik praten’. Natuurlijk vraagt ie waar we vandaan komen en als we dan stralend ‘Holland’ antwoorden, houden we ons vast. Klaar voor: tulpen. Johan Cruijff. Klompen. Maar nee, Peer had een andere, best originele invalshoek; zijn baas was Nederlander. Hij wilde weten hoe je zijn naam uitsprak. En daar begon de ellende. Peer begon de naam van zijn boss te spellen. En wij, wij speelden de quiz vrolijk mee. Eerste letter: Y. Dan: U met puntjes. De tweede letter negeerde ik en ik riep: Yoghurt! Peer keek me verrukt aan en herhaalde als een mislukte Patricia Paay: Joooookuuuurrrrttttt?! Ik moedigde hem aan. Ja Peer, Jooookuuuurrrrtttt. Eef, won uiteindelijk de quiz en opperde Jurgen. En dat was het! Peer was door het dolle heen. Begon over Haren in Groningen en vroeg hoe hij Groningen moest uitspreken. ‘Krooningen?!’, hij kwam niet meer bij. “I wanna talk with you guys, my roomnumber is 12, please come over”, gierde hij terwijl de liftdeuren dichtzoeften. Arme Peer, wij guys besloten om het hierbij te laten.

Groot
Maar goed. Vandaag heb ik dus kennisgemaakt met Fred Meyer. Fantastisch. Zo’n enorme supermarkt. Alles is hier groot: de supermarkt, de Amerikanen en de bergen. En mooi! Toen ik vanochtend mijn luxaflexen opendraaide en ik naar buiten keek, dacht ik: Wow! Bergen! Ruimte! Rust! En toch is er meer leven dan ik had gedacht. De Knik River Lodge ligt aan een kronkelweg en hier en daar woont toch nog een verdwaalde ziel. In schamele woningen, maar toch: er is leven. Leuk detail ook: Peet en Eef moeten een stukje rijden om hun postbus te legen. En mochten ze zelf post willen versturen, dan leggen ze dat klaar voor Pieter Post. Neemt de beste man dan voor ze mee.

De brievenbus van Eef zit vooral niet in de voordeur, maar
staat aan de kant van de weg.


Vliegen?
Toen ik Peet in de keuken toevertrouwde dat ik verbaasd was over het leven in de omgeving, keek hij me aan. “Ja, Ka, aan die kant wel. Maar ik wil je aan de andere kant hebben. Daar waar geen leven is. Ik heb al contact gehad met een vriend, een vliegenier. Ik had gedacht je in een klein vliegtuigje te zetten en dan kun je het daar ook zien.” Wacht even. Een klein vliegtuigje. Geen leven. Een vriend. “Ehm, ik heb ook nog wat mannen thuis, dat weet je he? En ik zou het leuk vinden die ook nog te kunnen zien”, probeerde ik. Peet lachte. “Het weer is nu niet oke om te vliegen, maar wie weet knapt het nog op.” Nog nooit hield ik zo vaak de weer-app op mijn mobiel nauwlettend in de gaten.

Friends
Storm en ik zijn inmiddels dikke vrienden. Veel indruk maakte ik met het in elkaar zetten van zijn Lego. Thuis heb ik daar personeel voor, dus eigenlijk was ik zelf ook trots. Ik heb de school gezien waar hij in augustus naar toegaat en ik heb een kijkje genomen in het zwembad waar hij binnenkort zwemles krijgt.

Alaska gaat steeds meer voor me leven en is ineens geen no-go area meer. Sterker: het lijkt erop dat ik hier prima aan kan wennen. Op naar het volgende avontuur…

Storm laat zien waar hij binnenkort zwemles heeft.

donderdag 14 februari 2013

Op naar AK

Reizen maakt wijs. Op vele fronten. Zo weet ik inmiddels dat je vis niet alleen vangt, bakt en opeet, maar dat je er ook mee gooit. En dan niet met een lullig klein wijtinkje, nee hoor met zo'n grote, zoute jongen. Dat doen ze in de viswinkel op Pike Place Market in Seattle. Staan daar van die stoere mannen in van die plastic vissersbroeken naar mekaar te fluiten en te schreeuwen, en hotsa, daar vliegt een vis. Van de een naar de ander. Ik besloot dit tafereeltje op grote afstand te aanschouwen. Het idee dat ik daar vlakbij zou staan, die vis uit koers zou raken en in mijn nek zou belanden, leek me weinig aantrekkelijk. Bovendien heb ik een hoofd om wat tegen te zeggen om een geintje mee uit te halen. Nee ik maakte veilig een foto van een beschilderd elektriciteitshuisje waarop het tafereeltje meer dan kunstig is vastgelegd, kocht een appel bij het tegenover gelegen groentekraampje en slenterde samen met Eef en Olga door.

Vliegende vis geschilderd op een elektriciteitshuisje.

De nacht in Seattle hadden we alle drie goed doorgebracht; we kwamen erachter dat we alledrie om drie uur s nachts wakker waren. Om negen uur togen we naar een tentje waar we een smakelijk broodje aten, koffie dronken en ons winkelschema weer oppakte. Veel tijd was er niet, maar dat heb ik ook niet nodig om te brassen.

Om half twaalf stopte de taxi voor het hotel. Mjin hart maakte een sprongetje; hij reed dan wel niet in een enorm grote auto, maar mooi was ie wel. "I like you''re car", juichte ik de taxichauffeur Alex (spreek uit: Eeelexxxx) die mij niet begrepend aankeek, zelfs een beetje bang van me werd, en ongetwijfeld dacht: die is niet wijs. Ik stortte me op zijn zuurtjes die hij achterin in de deur voor de gasten had klaargelegd. Ik mocht m wel, die Eeelexxx die ogenblikkelijk een link naar NL zocht. En vond. Zijn vader was geboren in Hamburg. Is toch ook Nederland tenslotte.


Alex de taxichauffeur haalt ons op en brengt ons
naar het vliegveld.

Enfin op naar het vliegveld in Seattle. Een lekker overzichtelijk vliegveld. Inchecken en hop door de douane. De controles vielen me overigens enorm mee. Ik had me voorbereid op het ergste en mijn pokerface afgestofd en me vooral voorgenomen geen hysterische grappen uit mijn zenuwen te maken. Maar het was nergens voor nodig. Mijn tas hebben ze opengemaakt; het slotje keurig op een begeleidend briefje geplakt en godzijdank alles in mijn tas gelaten en niets uitgepakt. Je tas is top Margreet! Erg blij mee!

De vlucht naar Anchorage was een erge. Slechts drie uur, maar men wat een turbelentie. Bovendien zaten de drie musketiers op de allerlaatste stoelen van het vliegtuig waardoor ik het gevoel had dat we naar beneden hingen. Mijn water klotste uit mijn kopje en ik dacht alleen maar: Nou ja, storten we neer dan moet het zo zijn, maar sjonge wat balen van al die cadeautjes die ik heb meegesleept. Mijn leven flitste gek genoeg niet langs me heen, maar dat zou ook wel een beetje veel van het goeie zijn. Ik was blij toen de kist de landingsbaan raakte.

Zoals ik al zei: reizen maakt wijs. Zo besloot ik deze vlucht mijn schoenen aan te houden en dat was een wijs besluit. Mijn schoenen knelden verschrikkelijk door mijn opgezette voeten, mijn ring zat zo ongeveer in mijn bot en het vlees popte vrolijk rond mijn ring.


Een vliegtuig met op de staart een eskimo, hoe cool is dat.



Peet en Storm wachtten op ons. Heerlijk om die twee te zien! Storm was helemaal hieperdepieper; omi en die rare Keeeeee from Holland! Dat belooft veel goeds de komende week. De rit naar de lodge van Peet en Eef duurde ruim een uur. Het maakte mij allemaal niet meer uit, blij dat ik verlost was van die turbelentie en dat er een kleine kabouter tegen me aan kwekte, zakte ik diep weg in de achterbank en dacht: ik, Ka, ben in Alaska. ALASKA.

En nu zit ik hier als een prinses in bed te bloggen. Mijn eerste nacht in een cabin, heerlijk! Vandaag ga ik eens goed de omgeving in me opnemen. En naar de supermarkt Fred Mayer!!!!

Wil je zien waar ik ben? Kijk dan even op www.knikriverlodge.com

Have a good one!

woensdag 13 februari 2013

Sleepless in Seattle

Oh mijn god. Ik lig in een hotel in  Seattle. Sleepless. Dat dan weer wel. Maar hee, echt de hele nacht slapen zou zonde zijn. Mijn bioritme is volledig in de war. Autist als ik ben, de dagelijkse gang van zaken gewoon op een vast tijdstip uitvoeren, kan ik niet slapen. De tijd? 03.05  uur. Maar we zijn er. Olga en ik blijken prima reisgenoten te zijn. Onze daverende lachsalvo begon al in het vliegtuig. Ik zit nog maar net in mijn stoel, vul een ingewikkeld formulier in, als de Amerikaanse stewardess mij iets aanreikt. Gulzig pak ik het aan, heerlijk wat te snacken. Maar nee. Het was een warm lapje dat lafjes naar citroen ruikt en dat ik vooral niet kan eten. Toen we bijgekomen waren uit onze lachsalvo, kwam ze het weer halen. Ongebruikt retour.

Na negen uur vliegen stapte we uit in Seattle. Met olifantenpoten die niet meer in mijn stoere sneeuwboots pasten die hier nergens op slaan omdat het wel lente lijkt. Boven aan de trap stond Eef. Ik slaakte een kreet. En besefte op dat moment dat ik, Ka, in Amerika ben. In zo'n Amerikaanse bak, een zwarte GMC, scheurden over de higway naar het Roosevelt Hotel.

Snakkend naar het natte lappie uit het vliegtuig, fristen we ons wat op en renden Seattle in. Een walhalla voor een Gooise vrouw. Hier kan ik prima mijn geld kwijt. Geen punt. Met als hoogtepunt the Nike-shop (gevonden Syl!) waar ik een shirt kocht. En als ik dan pump, dan weet ik dat dat shirt uit Seattle komt. Hoe gaaf is dat? En ja hoor, de eerste gangsta-rappers heb ik gespot en met gevaar voor eigen leven gefotografeerd.




Yo Bro! Heavy dudes at Pike Place. Zelfs de hond lijkt aggressief.


Een ander leuk toeristisch hoogtepuntje: met een monorail naar The Needle. Een soort Eifeltoren maar dan anders. Eef zei terecht: Elke keer als ik dit ding zie, dan doet het me wat. Kan ik me wat bij voorstellen.

In de monrail op weg naar de Space Needle.


De vriendelijke Thai voorzag ons van erg fijn eten (spinazie!). Op naar het hotel. Om toch waar voor mijn geld te hebben en niet alleen maar te slapen, keek ik om me heen en dronk mijn Starbucks coffee-to-go op. Ik rommelde wat. Ik kon niet meer. Ik was bijna 24 uur wakker. Weet je wat dat met je hersens doet? En helemaal met die drukke grijze massa van mij? Ik worstelde mij in het strak opgemaakte hotelbed. En natuurlijk viel ik in slaap. Drie uur later werd ik zwetend wakker. In de verte hoorde ik de muzikale neger die met zijn klarinet zijn longen uit zijn lijf blies, en die van mij al een dollar te pakken had -ben de beroerdste tenslotte ook niet-, de blower van de hotelairco en ik voelde mij alsof ik 40 graden koorts had. Al snel kwam ik erachter dat dat niet het geval is, maar dat ik onder een laken lag. En een deken. En een dekbed. En een sprei. Best warm. Ik pelde me af en was klaar. Als een kind met zijn ogen stijf dicht -als die kleppen dicht zijn, dan slaap je immers- lag ik in bed. En verdomd, ik sukkelde weer weg. Maar werd ook weer wakker. Een prachtig blog-moment dus. Straks gaan we lekker ontbijten in de stad, en om half twaalf naar het vliegveld op naar Alaska. Waar de beren, Peet en Storm op ons wachten. Ik kan ook niet wachten en probeer nog maar een uurtje slaap te pakken.