zondag 18 augustus 2013

Ka in het Bos van Blaauw

Ik heb weer een leuke missie voor het schrijven van een verhaal voor de krant: wandelen. Wandelen in het Bos van Blaauw. Leuk! Nee! Ik houd niet van wandelen. Ik vind wandelen een zinloze bezigheid. God wat was ik wanhopig toen mijn addergebroed 1 en 3 jaar was en ze nog niet op een fiets konden zitten en ik met zo’n lompe duokinderwagen overal naar toe moest wandelen. Hoewel de kleinste amper kon zitten, propte ik m al in het kinderzitje voorop. Terwijl de Mama-magazines schreeuwden dat je daar niet te vroeg mee moest beginnen, vond ik het gesneden. Beetje stutten die hap, en jaaaa, fietsen! Wind door zijn donshaar. Veel beter.

Ik geniet niet van een wandeling. Zie ik van die Ko de Boswachters met hun handen op hun rug, tevreden een deuntje fluitend door het bos, omhoog kijkend naar de lucht en bomen dan denk ik: hoe is het mogelijk? Ik moet het sowieso niet in mijn hoofd halen om en te wandelen en omhoog te kijken. Grote kans dat ik mijn nek breek over een eeuwenoude boomwortel. Slecht scenario: met een gebroken been alleen in het grote enge bos. Je moet het onheil zeker niet opzoeken, zo vind ik.

Goed. Wandeling door het Bos van Blaauw. Ik heb zelf geopperd mee te wandelen en er een verhaal over te schrijven. Ondanks dat ik niet van wandelen houd. Maar ik houd wél van verhalen en over het Bos van Blaauw stikt het van de mooie verhalen.

Dus zaterdagavond maak ik me op voor een twee uur durende wandeling. Best lang. Als ik aankom bij de verzamelplek begint het te regenen. Ook dat nog. Dat deert Fred de Rondleider niet; immers ‘de bomen fungeren als paraplu’ roept hij hinderlijk opgewekt. Ja ja. Als iedereen er is, gaan we van start. Ik ruik de natuur, zie het mooie licht en denk: hartstikke leuk, maar twee uur lang wandelen?! Enfin, dapper spazier ik mee. Terwijl ik moet schrijven, fotograferen en op eeuwenoude boomwortels moet letten. Ik zweet me rot. Bovendien heeft Fred flink de pas erin. En bankjes negeert hij systematisch. Gelukkig zijn de verhalen prachtig. En het huis Gooilust dat we van binnen mogen kijken, ook. Daar mogen we even zitten. Krijgen we een glas water en een Wilhelmina-pepermuntje. Ik kom helemaal bij. Ik hoor dat Fred de Rondleider zo hard heeft gewandeld, dat we een half uur eerder terug zijn dan gepland.

Ik ben de enige wandeldeelnemer die dat erg goed nieuws vind.
 
Beetje mijmeren onder een boom, dat vind ik dan wel weer leuk.
 

zondag 28 juli 2013

Ka in de Apenheul

Dit jaar gaan we dagjes uit tijdens de long hot summer. Hoog op het lijstje van mijn mannen, prijkte de Apenheul. Ik dacht zelf meer aan een dagje op een handdoek op het strand koele drankjes drinken. Maar ik was de enige. Dus werd het de Apenheul. Via internet boekte ik tickets met flinke korting. Met datum, maar dat maakte niets uit; het was al weken mooi weer. Mis! Want de dag dat wij naar de Apenheul togen, sloeg het weer om. ’s Ochtends keken we omhoog; beetje bewolkt, maar thank god niet zo bloedheet meer. Om de feestvreugde te verhogen, kozen we voor het openbaar vervoer. Na de eerste overstap reisde het noodweer met ons mee. Regen striemde op de treinraampjes. “Alles wat nu valt, valt straks niet meer ”, hield ik de moed erin, niet wetende dat de natuur nog veel meer voor ons in petto had.
 
Aangekomen op het busstation, moesten we 21 minuten wachten op de bus naar de Apenheul. Meer dan twintig minuten de tijd om te zien hoe knoerthard het regende. “Je denkt toch niet dat ik gek ben, he? Ik ga echt niet in dit pleurisweer naar apen kijken”, siste het opperhoofd. Ehm. Nou, dat dacht ik wel. Ik had immers dik betaald voor die entreekaarten. Zwijgend en zeiknat stapten we de bus in.

De kleinsten hielden de moed erin. Bij de entree kochten we plastic poncho’s. Die trokken ogenblikkelijk vacuüm en de allerkleinste struikelde over zijn plastic jurk, had geen handen meer en wilde naar huihuissss. “Niks ervan, apen kijken”, grijnsde ik. Apen, zo leerde ik al snel, houden ook niet van regen. Dus die zaten die verscholen in de bomen. Incognito. Nadat we echt heel nat waren, brak de zon door. Tafels en stoelen werden drooggewist en ik ging lekker zitten met een bak koffie. Vlakbij de speeltuin zodat ik de kleinsten in de gaten kon houden. “Kimberly. Kimberrrrrllllyyyyyy. Hierrrrrr”, tetterde een vrouw in een zeiknat hemdje zodat haar tatoeages goed zichtbaar waren, in mijn oor. Even dacht ik dat ze haar hond riep, maar er kwam een meisje aan. Aan het andere tafeltje zat een heel dikke kerel met een fotocamera met echt een joekel van een lens. Ook hij had slippers aan zodat zijn tenen met kalknagels voor heel de natie en voor mij dus, zichtbaar waren. Ineens begreep ik waarom apen soms agressief op mensen reageren. Zelfs ik had moeite me te beheersen…

Goed, nog een rondje apen dan maar. De kleinste verdween in een klimrek, waar ie vervolgens nooit meer uitdurfde te komen. Het opperhoofd wurmde zich met een rood aangelopen hoofd naar boven en redde de kleinste. Nog maar eens koffie. De kleinste wilde een ijsje, holde naar een klimrek, struikelde en hopsa, daar vloog zijn perenijsje hoog in de lucht. Knie stuk, perenijsje onder het zand….
 
Als een soort vacuüm gezogen koffiepak, kijkt de kleinste naar een aapje.
 

Op naar het souvenirwinkeltje. Nadat ik zo ongeveer wortel stond te schieten (“zal ik deze nemen of die, mam? Of die bruine?”) in de shop waren ze eruit. Inmiddels was de zon flink gaan schijnen, en brak het zweet me weer uit. We sjokten naar de bus. “Mijn benen zijn zo stijhijf”, jengelde de kleinste.

 De Apenheul heb ik van de lijst gevinkt. En zo staat nu met stip op 1: een dagje op een handdoek op het strand koele drankjes drinken.

zaterdag 20 juli 2013

Ka fit in 20 minuten

Op de redactie komt een persbericht binnen van Fit20 in Laren. “Fit in slechts 20 minuten per week. Omkleden en douchen niet nodig.” Wacht even. Omkleden en douchen niet nodig? Godsonmogelijk. Als ik een uur gepumpt heb, voel ik de zweetdruppels over mijn rug glijden en komt er een lucht van mijn lijf die alle vliegen in een klap doodt. Voor niemand leuk dus als ik in die kleren de dag doorkeutel. Doel van het persbericht is geslaagd: ik sta op scherp. Dit wil ik tot op de bodem uitzoeken. Dus maak ik een afspraak met de personal trainer van Fit20.
 
’s Ochtends pump ik vrolijk en daarna stap ik op mijn fiets en trap naar Laren. Onderweg heb ik visioenen van Larense kakdames in mierzoete roze mantelpakjes -die ik van mijn leven niet zal dragen-, op torenhoge hakken, strak in de make-up die in twintig minuten topfit zijn. Yeah right. Dat zijn tenslotte hun ‘gewone kleren’.

Fit20 vinden is al een sport op zich; nadat ik er vier keer ben langsgefietst, begint het mij te dagen dat de studio is gevestigd in het Regus-gebouw. Redelijk buiten adem kom ik binnen. Bovendien is het buiten 30 graden, dus ik ben razend benieuwd naar dat sporten zonder zweten. De personal trainer oogt fris en enthousiast. Ze ratelt zonder haperingen de tekst van de folder op die ik na afloop in mijn handen krijg gedrukt. Termen als spierfalen, flight or fight, 5 tot 7 dagen rust vliegen me om mijn oren.

Ik wrijf in mijn handen als ze vraagt of ik het wil proberen. Aber naturlich. En daar ga ik. In mijn gewone kleren op mijn Palladiums, niet echt Larens te noemen. Ik piep nog dat ik al een uur behoorlijk heb gesport. “Prima”, straalt de personal trainer, “dan ben je dus een geoefend sporter die wel wat aankan.” Ik knik dom. Als eerste zijn mijn benen de bok. Ik weet niet hoeveel kilo die eindeloze benen moeten wegduwen. Langzaam telt mijn personal trainer tot 120. Als werkelijk al mijn spieren trillen, mag ik stoppen. “Kon je prima hebben”, zegt ze tevreden. Zo stijf als een hark strompel ik naar het buikspierenapparaat. Buikspieren. Wie dat ooit verzonnen heeft? Waarom zijn die niet van kraakbeen gemaakt? Een bloedhekel heb ik aan die kleine, rottige spiertjes. Ik ontkom er niet aan. En opgeven is vooral geen optie heb ik in de gaten. Braaf ga ik dood in 120 seconden zodat de personal trainer wederom trots op me kan zijn. “Ik zie dat je goeie buikspieren hebt.” Ik glim van trots, denk wel: je kijkt niet goed, maar houd mijn mond verder. Enfin. Na zo’n apparaat of zes voel ik elke vezel in mijn donder. Enorm opgelucht ben ik als de volgende sporter binnenkomt en mijn training erop zit. Ik knipper met mijn ogen. Dit is waar ik op had gehoopt. Zo’n snelle boy met een wit overhemd met stropdas, een nette broek met daaronder van die geruite Burberry sokken en als kers op de taart van die schoenen met een gesp. Ik graai mijn tas, pak mijn fototoestel en zet dit bijzondere exemplaar op de foto. Missie geslaagd.
 
Bijzonder exemplaar toch?
 
Van mijn personal trainer voor twintig minuten krijg ik bij het afscheid een stapel flyers met daarop een bon voor twee gratis afspraken. “Wellicht dat je daar je collega’s een plezier mee kunt doen.” Ik kijk haar niet begrijpend aan. Zo’n hekel heb ik nou ook weer niet aan mijn collega’s….

zaterdag 13 juli 2013

Ka bezoekt de bijen

Voor de krant ga ik op pad. De opdracht: schrijf een leuk verhaal over de Open Imkerdag. Goed. Ik besluit deze opdracht te combineren met een educatief uitje voor mijn addergebroed. Normaal gesproken slaan zij alles wat vliegt en er eng uitziet, als het even kan dood. Inmiddels heb ik ze geleerd dat ze bijen moeten laten leven, want het gaat slecht met de bijen, zo vernam ik laatst in het nieuws. Een hele toestand want wanneer heb je te maken met een bij en wanneer met een wesp? Zucht. Laat het allemaal maar gewoon leven.

Enfin. Op naar Naarden naar boerderij Stadzigt.

Ik informeer of ik de kasten kan zien. Maar natuurlijk. Een kordate dame stapt op me af. In haar kielzog zie ik twee mannen zich wurmen in onelegante imkerkleding. Compleet met een soort van Chinese hoed met gaas eronder. De kordate dame, een imker, raadt me aan ook zo’n gevaarte aan te trekken. Ik aarzel geen moment. Stel dat die bijen hun dag niet hebben en het op mij hebben gemunt als soort vergelding. Nee, ik neem geen enkel risico en hul me in het vormeloze pak. Mijn addergebroed rolt over de grond van het lachen en gaat vooral niet mee naar de bijenkasten. Zou ik als ik hun was ook niet doen. “In een kast zitten zo ongeveer 60.000 bijen”, deelt de kordate imker haar kennis. Zo. Dat is nogal wat, denk ik wat paniekerig.
 
Ik lijk wel een Chinees die gaat trouwen.
 
We naderen de kasten. De bijen zoemen knoerthard. De kordate imker loopt nonchalant door een zwerm heen. Ze wappert niet eens met haar hand. Ik volg haar en knipper met mijn ogen. Ik hoor die vlijtige vliegtuigjes zoemen. De mannen zijn uber-geïnteresseerd. Zij zijn dan ook voornemens een cursus te volgen. Ik denk er niet aan! Word nu al gek van dat zoemende zenuwachtige bijenvolkje. De koningin zo verneem ik, heeft het prima voor elkaar. Zij zoekt een aantal leuke darren uit, zeg zo’n stuk of twaalf. En met die hitsige darren zorgt ze voor het nageslacht. Als die darren uitgeput van hun daad zijn wacht een leuk evenement; de darrenslacht. “Nou ja”, vergoelijkt de kordate dame, “niet dat ze worden vermoord, maar ze worden wel weggestuurd.” Goh, interessant denk ik. Mijn aandacht verslapt want ik sta in de brandende zon met dat warme pak aan en mijn neus kriebelt. Krabben gaat niet. Opeens bedenk ik me dat ik niet de eerste ben die dat pak aan heeft. Velen gingen mij voor. Hadden ook jeuk aan hun neus of moesten heel hard hoesten in het gaas. Gadverdamme. Ik maak mijn foto’s, ik zorg voor mijn verhaal en ga op zoek naar mijn addergebroed dat nog steeds over de grond rolt.

De kordate imker duwt me een potje honing in mijn hand. Voorjaarshoning. Voor thuis. Alsof ik het in mijn hoofd zou halen onder toeziend oog van zestigduizend bijen het dekseltje er nu af te halen. Kijk wel link uit…

zondag 30 juni 2013

Ka groet de zon

Met alleen het drinken van groene smoothies, red ik het natuurlijk niet om een strak, jong, woest aantrekkelijk lijf te creëren. Ik ontkom er niet aan: daar moet ik bij bewegen. Al tijden trap ik het snot voor mijn ogen op een spinningfiets, donder daar na een uur meer dood dan levend vanaf en heb me laten vertellen dat ik enorm veel calorieën heb verbrand. Dat hoor ik graag. Geen meter vooruit gekomen, maar een resultaat waar je van duizelt. Ik hou er zo van.

Kenners uit de sportwereld hebben mij wijsgemaakt dat ik het met alleen spinning niet red. "Want Ka", zeggen ze dan, "je moet er ook krachttraining bij doen." Oke. Daar ik mezelf niet zie staan tussen die hersenloze spierbundels met heul veul plaatjes op hun arm, besloot ik tijden terug mee te doen aan bodypump. Bodypump. Dat klinkt net zo als een groene smoothie. Het is geweldig, maar je vertelt het liever niet in gezelschap. Alsof ik mijn lijf volpomp met anabolen. Zo klinkt het. Dat is niet zo. Bodypump een workout van een uur waarbij alle spieren aan bod komen, zo schreeuwt de folder van Les Mills, de bedenker van deze workout. Inmiddels ben ik een doorgewinterde bodypumper en laad mijn stang op met vele kilo's. "Je lijkt wel een kerel", vertrouwde mijn sportmaatje mij laatst toe. Ik moet zeggen: ik vond het een mooi compliment.

Nou, dat ziet er prima uit toch.


Maar goed. Je moet die sporthorizon blijven verbreden. Geen tunnelvisie nu. Dus toen er vandaag op mijn sportschool anderhalf uur sporten werd aangeboden waarin alle lessen aan bod kwamen, aarzelde ik heel even. Ik kon namelijk ook even meedoen, en daarna een uur lang spinnen. Maar nee. Ik besloot de lessen te proeven. She'bam. Nooit van gehoord. En ik weet niet of ik daarvan had willen horen. She'bam is namelijk een dansworkout. En dansen is niet mijn ding. Mijn eerste obstakel is dat ik links en rechts onmogelijk uit elkaar kan houden. Dus moet de groep naar rechts, ga ik naar links. En andersom. Daar valt mee te leven. Het combineren van danspassen, hupjes en armzwaaien en dan ook nog naar links en rechts gaan, red ik niet. Dat is fataal. Bovendien is het geen gezicht, een hupsende Ka. Ik was blij toen de She'bam-proeverij ten einde was, hoewel ik heb genoten van de She'bam-juf. Een lust voor het oog.

Het toetje van deze sportieve proeverij was Bodybalance. Dat klonk een stuk aangenamer. Even was ik in totale verwarring toen ik een denkbeeldige energiebal van links naar rechts moest brengen. Die denkbeeldige energiebal moest ik ook nog wegduwen. Als een volleerd mimespeler deed ik wat de Bodybalance-juf van me wilde. Niemand scheen het vreemd te vinden, alleen ik. Ook moest ik de zonnegroet doen. De zonnegroet. Geen zon te bekennen, geen balans in mijn donder, en maar zwaaien naar die zon. Maar toen, toen gebeurde het. Tien minuten ontspannen. Ik kwam erachter dat ik daar talent voor heb. Op mijn rug op mijn matje. Ogen dicht. Aan niets denken. Gewoon zijn. Zijn? Ja, dat zei de juf, het kon mij niet schelen, ik lag prinsheerlijk op dat matje. Hoefde niets te bewegen. Nergens naar te zwaaien. Even was mijn sportleven volmaakt.

Nou mijn gewone leven nog.

Nou en over een tijdje kan ik dit dus. En dan zonder handen een groene smoothie drinken...

vrijdag 28 juni 2013

Ka aan de groene smoothie


Ik weet het niet. De biologische scharrelsupermarkten trekken mijn aandacht vooral niet. Ik zou best meer biologisch willen eten, maar wil daarvoor niet zo’n winkel in. Sinds ik aan de aan de groene smoothies ‘zit’, is alles anders en ga ik grenzen over die ik voorheen als onneembare vestingen zag.

Zo had ik toch echt nooit bedacht dat er een dag zou komen waarop ik ’s ochtends in alle vroegte andijviebladeren onder de kraan afspoel en die samen met fruit en gebroken lijnzaad in een blender prop. Ja hoor. Andijviebladeren. Gebroken lijnzaad. Blenden die hap en drinken. Gewoon drinken die groene smoothie. Daarna voel ik de energie door mijn aderen razen.
 
Best groen.
 
Ik praat daar zo min mogelijk over –dat zou mijn reputatie tamelijk aantasten-, alleen voor andere groene-smoothie-addicts maak ik een uitzondering. Met hen wissel ik schaamteloos recepten uit. Ruilde ik vroeger vooral taart- en dessertrecepten uit, nu zuig ik gretig alle groentetips op als een spons.

Bij mijn vrienden uit mijn leven voor de groene smoothie kan ik echt niet met deze verhalen en recepten aankomen. “In godsnaam Ka, ik wil thee. En ik wil taart. Veel taart”, smeekte mijn vriendin. “Doe s normaal Ka. Prak voor mijn part spinazie in je bier, maar hou op. Ga dronken worden. Nu!”, sommeerde mijn goede vriend.

Ben ik nu een vrolijke hiephiephoera-biologische-scharrel-eter met geitenwollen sokken geworden? Ik geloof het niet. Toen ik me laatste waagde in zo’n scharrelwinkel om noten (ja, he he, zonder zout) te kopen, keek ik mijn ogen uit. Ik geloof zelfs dat ik minutenlang naar de caissière staarde. Zij zag er zo….zo anders uit, zeg maar. Wel gezond, maar zo allejezus saai. Kleurloos. Verantwoord. Ietwat zuur.

Van driekwart van de producten die in haar winkel in de schappen stonden, had ik van mijn leven niet gehoord. Vanaf dat moment nam ik me voor: die groene smoothies hou ik erin, de noten ook en verder is het klaar. Ik wil me niet verdiepen in scharrelpindakaas en allerlei zaadjes. Naast het feit dat ik niet weet wat het is en me afvraag hoe ver ik moet gaan, is het allemaal ook nog eens reteduur. Misschien is dat ook wel de reden waarom de caissière er ietwat zuur, doch verantwoord eruit ziet. Laat mij dan maar zo nu en dan een flink stuk taart en veel chocola naar binnen stampen; daar word ik in elk geval zeer verantwoord blij van.
 
Scharrelworteltjes.
 

maandag 25 februari 2013

Waar is mijn gebit?

Tja, en na de superleuke donderdag, volgde slechts een paar uur later, het afscheid. Afscheid van Peet, Eef en Storm. Afscheid van AK. Afscheid van mijn 10 dagen durende kuuroord.

Toen we door de sneeuw thuis waren gekomen, nam ik een sprintje naar mijn cabin. Mijn koffer moest nog worden ingepakt. En ik wilde vroeg naar bed; om kwart voor drie s nachts zou mijn wekker gaan. Want om kwart over drie moesten we op weg naar het vliegveld. Leuke tijd.

De koffer. Dat was nog een hele toestand. Ik was in de veronderstelling dat daar een mud Alaskiaanse hebbedingetjes in zouden passen, nu al die cadeautjes (ach, jij gaat toch naar Eef, kan je en presentje voor haar meenemen) eruit waren. Hell! Niets was minder waar. Sterker: ik was genoodzaakt teen en tander achter te laten. Zo liet ik een aantal boeken achter voor Eef. Dat is niet erg, sterker: dat had ik eigenlijk al bedacht. Ook moest ik mijn rechtsdraaiende muesli-repen achterlaten die ik had gekocht voor het geval ik een hongerklop zou krijgen. Ook niet echt erg. Wat wel erg was: ik moest een kilozak blueberry's omhuld in pure chocolade achterlaten. Een ramp! Maar hee, een kilo... hoe moest ik dat regelen?! Dat ging echt niet. Ik praatte het goed door te denken dat mijn dietiste supertrots op me zou zijn. Ik moest wat. Ik had dan wel lichtgewicht sportschoenen gekocht, maar die namen ondanks dat ze geen drol wegen, wel een flinke plek in beslag, want maat 41,5. En ga zo maar door. Voor mijn vader kocht ik een groot pak havermout, want dat vindt ie leuk. Ook een kilo. En ellende bij de douane maar daarover straks meer.

Een beste bak havermout. Foto: Jan van Leeuwen

Ik verdeelde de buit over mijn koffer en handbagage. Vrijdagochtend om tien over drie parelden zweetdruppels over mijn voorhoofd. De koffer was dicht. Tevreden stond ik er met mijn handen in mijn zij naar te kijken. Toen ik naar beneden keek, schrok ik. Oh nee he?! Ik had mijn pantoffels nog aan. Die moesten er oooook nog in. De pantoffels frommelde ik in het voorvak. Ik had alles. De koffer was best zwaar en ik vermoedde dan ook dat ik meer dan 22 kilo mee ging zeulen. Peet bevestigde mijn vermoeden. "Geen punt Ka, doen ze niet moeilijk over." Een waarheid als een koe; op het vliegveld werd er een label 'Heavy' aan gehangen zodat de Delta-medewerker geen hernia aan mijn koffer zou overhouden, en daar ging: op naar Nederland.

Voorrang

Eef reed ons naar het vliegveld. Het was voor het eerst sinds tijden stil in de Subaru. Dat had alles te maken met het onmens vroege tijdstip maar ook met het naderend afscheid. Uiteraard sneeuwde het. We reden de Knik af en toen gebeurde het. Neen, geen noorderlicht, geen bald eagle onder een rode lamp, nee hoor, een overstekende moose. Hij kwam van rechts -dus had voorrang- uit het bos, Eef remde zacht -want het was glad- en we sloegen talloze kruisjes dat dat beest door zou lopen en niet zou gaan stilstaan zodat ie vervolgens met een doffe klap op de motorkap zou belanden. Daar hadden we echt geen tijd voor. God en de rest was met ons, want het beest kuierde op zijn dooie gemakkie naar de overkant.



Voor wie geen idee heeft hoe een moose eruit ziet
en hoe groot ie is, heb ik deze foto van internet gehaald.
Geloof het of niet, drie minuten later stak de broer van de eerste moose over. Zelfde verhaal, zelfde afloop. Kon ik toch weer mooi afvinken op mijn lijstje. Rest nog: noorderlicht. Goed. We arriveerden op het vliegveld. Ik open de achterklep om mijn tas eruit te halen vraagt Eef: "Ehm, Ka, kun jij deze cadeautjes meenemen voor Tijmen -je gaat toch naar NL, kan je dit mooi meenemen- zijn verjaardag?" Het zweet brak me voor de tweede keer in korte tijd uit die ochtend. Want mijn tas zat echt nokkie nokkie vol. Ik ritste zorgvuldig de klep open, schoof het cadeau erin, deed het kleinere cadeautje in mijn handtas, omhelsde Eef met een diepe snik en tranen en ging door de douane.

Hula hoop-girl

Ik kwam zonder kleerscheuren door de douane. Mijn handbagage-trolley echter niet. Die werd eruit gepikt. Een vriendelijke medewerkster vroeg of ik er vloeibare spullen in had. Nee. Of zij mijn koffer kon openen. Yes. En daar ging de klep open. Ik zag mijn laptop in mijn wollen muts -leek me veilig- mijn Hula hoop-girl -had Froukje voor me meegenomen uit Hawai, ik wilde zo graag zo'n poppetje in een zomers rokje- mijn lichtgewicht gympen, zakdoeken en nog veel meer. De dame haalde mijn pot havermout eruit. Damn! Het zou toch niet zo zijn dat ik die moest achterlaten? Dan had ik beter mijn blueberry's gehuld in pure chocolade mee kunnen nemen in plaats van die zemelen. Ze vroeg wat het was. Leek me duidelijk; stond erop. Maar bijdehand doen was geen optie dus ik legde uit dat het voor mijn dad was, omdat ie dat zo lekker vindt blablabla. Ze nam het mee. En kwam terug met de bus. Ze had alleen het deksel gelicht en alles was oke. "Have nice day", glimlachte ze. Yes!

Set of theeth

Op naar Minneapolis, de stad waar mijn held Prince is geboren! We zaten wat krapjes in het vliegtuig. Olga zat bij het raam, ik zat in het midden, en naast mij een behoorlijke Amerikaanse. Vriendelijk, stonk niet maar nam wat ruimte in beslag. Voor ons een zat een groot echtpaar op leeftijd. We hadden vijf uur te gaan. Aan het eind van de vlucht werd het echtpaar wat zenuwachtig. Ze zochten duidelijk iets. Maar wat? Ik gokte de bril van de vrouw. "Wrong", schudde de Amerikaanse naast me, terwijl ze begon te lachen. Het was erger dan dat. De vrouw voor ons, draaide zich om. Keurig vroeg ik wat ze zocht. Met een ingevallen bovenlip antwoordde ze: "My set of teeth". Ik geloofde mijn oren niet. Ze was gewoon haar bovengebit kwijt. Ze had m in een servetje gewikkeld en nu was ie weg. Waarschijnlijk mee met het vuil. Haar minstens tweehonderd kilo wegende echtgenoot liet zich op zijn knieen vallen tussen de stoelen. Ik was als de dood dat de beste man shocking klem kwam te zitten. Voor de vorm keek ik ook onder de stoel. Geen gebit. Olga en ik besloten elkaar niet aan te kijken. Je kon deze vrouw niet uitlachen. Dat zou de nekslag zijn. Hoe het met haar set of teeth is afgelopen, vertelt het verhaal niet, maar zelden heb ik zoiets idioots meegemaakt.

Miss Van Loeuwwwen

Of toch. Aangekomen op Minneapolis zochten Olga en ik naar een tentje waar we konden lunchen. Voor ons liep een hippie meisje met een enorme sliert wc-papier achter haar aan. Was dit hip? Had ik iets gemist? Nee hoor, toen Olga het meisje wees op haar enorme papieren staart, werd ze rood en trok het papier uit haar broek. Ze kon het aan ons geven, wij piesten in ons broek.
We gingen naar de wc en toen we daar uit kwamen, ving ik nog net op: "Miss Ven Loeuwwen en miss Sjudddemeeet". Dat waren wij! Van Leeuwen en Schuddemat! We informeerden en het bleek dat het vliegtuig op ons stond te wachten. Wij dachten ruim twee uur te hebben op het vliegveld, maar hadden geen rekening gehouden met het tijdsverschil. Net op het nippertje arriveerden we bij de gate en schoten het vliegtuig in. Zo'n 300 ogen op ons gericht. "Hi guys", mompelde ik en liet me in mijn stoel zakken. Zuchtend en okselklotsend. Voordeel was wel dat we zo konden zitten, nergens hoefden te wachten en, ook zo fijn, dat onze tassen op Schiphol als eerste de band oprolden, want, zo opperde Robert, die hadden ze er al uitgehaald omdat wij er niet waren. Hiaaa!

Olga zat naast een Schot die al behoorlijk dronken was. Tot overmaat van ramp stootte ie ook nog zijn bekertje rode wijn om, de helft belandde op Olga. Omslachtig begon de Schot te deppen. "Never mind, never mind", riep Olga terwijl ze hem wel wat kon aandoen.

Het eind was in zicht, het vliegtuig werd om 6.35 uur vakkundig door de piloot op de landingsbaan gezet. Robert stond met mijn kabouters te wachten. Eind goed al goed.

 

Thank you thank you...

Wat een reis, wat een avontuur, wat een belevenis. Ik ben blij dat ik ben gegaan, dat ik deze kans met beide handen pakte. Het was zo fijn om samen met Olga naar Eef, Peet en Storm te reizen, om te zien hoe ze daar wonen, leven en werken. Voor geen goud had ik het willen missen.

Peet, Eef en Storm.... hoe ik jullie ooit moet bedanken, is me een raadsel. Wat was dit gaaf. Wat zijn jullie een schatties. Love U guys!

Ik had dit bijzonder leuke tripje nooit kunnen maken als Robert niet had gezegd: "Ga maar, ik neem een week vrij en  ik zorg voor Bob en Tom." Ook niet zonder mijn ouders die insprongen waar nodig en het leventje van Bob en Tom zo normaal mogelijk lieten verlopen. Olga, many thanks voor je aangename gezelschap, dat kunnen wij wel.

En jij, Ka gaat naar Alaska-lezer, super bedankt. Voor de positieve reacties. Ik vond het erg leuk deze blog te schrijven, maar het werd nog leuker toen ik merkte dat ik werd gevolgd. Dat mensen er om moesten lachen. Daar had ik niet op durven dromen.

Mocht ik verder gaan bloggen, zijn jullie de eerste die het horen...

www.knikriverlodge.com

En, omdat we er geen genoeg van kunnen krijgen, hier voor de liefhebbers nog wat foto's. Want: gelukkig hebben we de foto's nog....

                                           
                                           Mijn ontbijt: versgebakken brood met marmelade en, ja
                                                    hoor twee blueberry's omhuld in pure chocolade on top...

                                         
                                           The golden girls.


                                          Peet en ik bij de Italiaan, in afwachting van de Moose Pie.


 
                                                         Betonnen pannenkoeken in Gwennies.


                                              Met mijn vriendje Storm en zijn oma op de bank.


                                            Gouden bobslee-duo Olga en Ka.


                                             En de trein? De trein denderde door....