donderdag 7 november 2013

Ka neemt afscheid

Hoewel ik al wat weken thuis boventallig zit te zijn, had ik nog niet echt afscheid genomen van mijn collega’s. Ik ben daar niet zo goed in, afscheid nemen. Ik ben nogal van het emotionele soort. Daar had ik al last van bij het televisieprogramma In de Hoofdrol, in een ver grijs verleden gepresenteerd door Mies Bouwman. Werden er allemaal familie en vrienden van een bekende Nederlander naar de studio gesleurd, en tenslotte kwam er altijd een oom uit Verweggistan die die bekende Nederlander jaren niet had gezien. Dat was in de tijd dat er geen internet maar louter postduiven waren. Steevast werd het een groot tranendal in de studio, en bij mij op de bank ook. Schaamteloos blèrde ik mee. Nog steeds ben ik snel ontroerd. Zeer onhandig want zeg nog maar eens wat mooie woorden als er een enorme prop in je keel zit en je lenzen van boven naar beneden schieten van de tranen.

Enfin. Dit afscheid, gehouden in een leuke kroeg in mijn voormalige werkplaats, was van een ander soort. Hier had ik zin in. Mijn emo-momentje had ik drie weken terug, toen ik mijn bureau op de redactie leeghaalde. Terwijl mijn collega’s, de mensen waar ik dag in dag uit mee had gewerkt, waarmee ik grappen en grollen uithaalde, lijdzaam toekeken hoe ik mijn personal things in twee big shoppers liet zakken, hoopte ik dat ik het droog zou houden. Voor mijn Gooise collega Esther had ik een cadeautje; het boek ‘Doei’ van Kakhiel. Leek me zeer toepasselijk. Dat boek ging gewoon weer mee naar huis, ik kon het niet opbrengen het haar te overhandigen zonder dat ik in snikken zou uitbarsten. Voor niemand leuk als ik zo over de gieren ben. Bovendien word ik er niet mooier van. Een rode neus, rode ogen, overal snot. Nee, ik besloot het naar Esther op te sturen. Met een knoop in mijn maag en tranen in mijn ogen, verliet ik de redactie. Dat was toen.

Nu had ik zin in het afscheid. Samen met nog drie afvalligen. Het was leuk mijn collega’s te zien en even bij te kletsen. Aan de bar zat ik met Esther te roddelen. Ik sloeg twee rosétjes achterover en vond het jammer dat ik het daarbij moest houden. Ik kreeg een doos vol persoonlijke cadeautjes van mijn ex-collega’s. Mijn opperhoofd van toen sprak mooie woorden. Met droge ogen, zelfs stralend, nam ik ze in ontvangst. Geen spoortje emotie. Ik was trots op mezelf. Ook was ik trots op Esther. Want Esther had voor mij een zeer toepasselijk cadeautje. 'Doei' van Kakhiel. Had ze al in huis toen mijn envelop op haar deurmat plofte. Sommige dingen moeten gewoon zo zijn denk ik dan maar weer.
 
Een doos vol cadeautjes van de mensen waarmee ik dag in dag uit op de redactie werkte.

Maar goed. Natuurlijk juichte ik te vroeg. Na de borrel racete ik naar mijn sportschool, op naar de spinningles. Of het nou kwam door de twee rosétjes of doordat ik rustig werd van de fietsflow, ik weet het niet. Maar de hele les lang had ik snot in mijn neus. Een snottebel die ik niet voorgoed kon ophalen. Bovendien prikten de tranen in mijn ogen. Ik haalde hard mijn neus op. Om vervolgens datzelfde snot voor mijn ogen te trappen. Emoties kruipen immers waar ze niet gaan kunnen. En dat is maar goed ook.
 
 

 
Meer blogs lezen? Ga dan naar www.damespraatjes.nl daar staat elke twee weken een verse blog van mij! 


Ka denkt na over een loopbaan

Nu ik wat meer tijd heb om na te denken, fantaseer ik regelmatig over andere beroepen. Ik kan schrijven. Verhalen. Interviews. Blogs. Misschien ook boeken, maar dat weet ik nog niet. Verder kan ik niet zoveel. Ja, ik kan wel veel, maar blink nou eigenlijk nergens in uit.

Je moet me niet in een kapsalon zetten. Die small talk de hele dag lijkt me zo dodelijk vermoeiend. “Zo. Ga lekker zitten, koffie?” Nee want dat kan ik niet drinken als jij de hele tijd aan mijn haar zit te rommelen. “Ja, lijkt me heerlijk. Zwart graag.” Kapster denkt lang na en komt dan met prangende vraag of ik nog op vakantie ga. Wanneer ik ook in haar salon zit, in januari, maart, oktober: altijd vraagt ze dat. “Nou nee hoor, ik heb geen baan, amper inkomen, dus vakantie zit er niet in”, zou ik kunnen zeggen, maar om de gesprekken voor mij ook wat aangenamer te maken, lieg ik: “Ja, ik ga vier weken naar Dubai, naar mijn eigen deel van Palm Jumeirah, die palmboom. Mijn boenders breng ik naar de nanny.” Tevreden kijk ik naar mijn hoofd in de spiegel en daarna naar die van de kapster die absoluut niet is geïnteresseerd in mijn verhaal. Ik ook niet in haar verhaal, dus dat treft. Maar goed. Die small talk is dus niets voor mij.

Wat dan? Verkoopster in een kledingwinkel? Is ook geen goed plan. Als er een achter de modetrends aan hiphopt, ben ik het wel. Sinds mijn veertiende loop ik op Palladiums. Drie jaar terug dacht ik: misschien moet ik daar ns mee stoppen, met het dragen van Palladiums. De gedachte kwam op en vertrok, en zo loop ik gewoon nog steeds op mijn Palladiums. Heerlijk. En niks een skinny over mijn eindeloze benen, gewoon eentje van Angels, type Dolly. Draag ik ook al honderd jaar en ik denk altijd maar zo: never change a winning team. Verder laaf ik mij in zwart, grijs en groen. Kortom: ik ben altijd zeer herkenbaar. Mijn kapsel is die van Nana Mouskouri; soms wat langer soms wat korter, maar heel anders is het nooit geweest. Kauwgom kauw ik wel, maar van knoertharde muziek de hele dag word ik wat onrustig. En om kledingadvies moet je me helemaal niet vragen. Weet ik veel. Trek wat aan!

Het enige wat me nog wel leuk lijkt, is werken met bejaarden. Het liefst dement. Toen ik veertien was, beunde ik bij in een Hilversums verzorgingshuis. Ik was manusje van alles op de afdeling Intensieve Verzorging. De bewoners waren niet dement, maar ze hingen er tegen aan. Ik onderscheidde mij van de verpleegsters door het dragen van een blauwe jurk, een soort zak, met riempje om mijn middel. En daaronder mijn zwarte Palladiums uiteraard. De eerste dag dat ik de bewoners, zo mocht je die toen gewoon noemen, voorzag van een kleffe boterham schrok ik me rot. Mevrouw Flipse keek mee aan, deed een laffe poging uit haar stoel te komen en klapte verrukt in haar handen. “Anne Frank is niet dood, ze is hier en brengt ons een boterhammetje.” Ik keek niet begrijpend achterom, maar kwam er vrij snel achter dat ze mij bedoelde. Ik. Anne Frank. Ja. Kan. Beiden een forse neus, bruin sluik nietszeggend haar en allebei schreven we in dagboeken. Overigens kon mevrouw Flipse dat laatste niet weten.

Die dag besloot ik mijn haar langer te laten groeien. De Palladiums hield ik aan, want zoals ik al zei: never change a winning team.
 


Dit ben ik zo'n 20 jaar geleden....
 
..... en dit is Nana Mouskouri zo'n 100 jaar geleden.
 
"Anne Frank leeft!", juichte mevrouw Flipse
Meer blogs lezen? Ga dan naar www.damespraatjes.nl daar staat elke twee weken een verse blog van mij! 

 

zondag 3 november 2013

Ka op verjaardagsspinning

“He, Ka, ik word 55 en mijn kleinste 20 jaar. Ik geef een feestje. Kom je ook?”, stralend kijkt Jany me aan. Ik knik. Natuurlijk kom ik. “Great, ik stuur je een uitnodiging. Toedeloe tweet tweet”, roept ze terwijl ze het gas van haar scooter opendraait en wegrijdt. Ik hoop in godsnaam dat ze geen ongeluk krijgt. Ik weet namelijk dat ze bloot is onder dat hippe bontjasje van d’r. “Shit! Vergeet ik een schone bh en een schoon shirtje”, kirde ze zo even nog in de kleedkamer. Resoluut pakte ze haar jas, knoopte m goed dicht en zwaaide grijnzend.

De uitnodiging verschijnt in mijn mailbox. Ik lees m. Ik lees m nog een keer. Zie ik dat nou goed? Nodigt ze haar gasten uit voor een uurtje spinning?! Het staat er echt. Hoef ik bij mijn vrienden niet mee aan te komen. Die hebben bewegen lang geleden afgeschaft. Die hebben geen idee hoe een fiets eruit ziet. “Maar darling, na het spinnen, gaan we lekker borrelen, hoor”, schatert Jany. Alsof dat twijfelaars over de streep trekt.

Op haar verjaardagsspinning zit ik naast Jany. Ze ziet er weer puik uit compleet met glitterhemdje. Ze checkt haar gasten op de fiets. “Dit zijn mijn sportieve vrienden. De rokers zie ik straks in Donna, bij de drank en hapjes.” Onze favoriete spinningjuf heeft aan de hand van de lievelingsmuziekjes van Jany een fietsles in elkaar gedraaid. Na twee nummers heeft Jany een torenhoge hartslag.  Geïrriteerd tikt ze op haar hartslagmeter. “Ding is niet goed hoor”,  zegt ze terwijl ze weer vrolijk naar haar bewegende gasten zwaait. Dat ze haar hoge hartslag dankt aan adhd-gedrag, komt niet in haar op. Als een dolle fietst ze op haar favoriete liedjes. “Let’s goooooo”, zwaait ze met twee handen in de lucht. Haar gasten fietsen vrolijk met haar mee. Sommigen gezegend met een prima conditie, bij anderen groeit het respect voor hun 55-jarige vriendin per minuut.

“Is dit niet enig?”, vraagt ze aan een van haar vriendinnen die meer dood dan levend op haar fiets hangt. De dodelijk vermoeide vriendin schudt haar hoofd. “Kom darling, even uitfietsen, dan kun je zo aan de borrel, anders overleef je die niet”, voorziet Jany haar vriendin van advies. Ik grijns. En vraag me af hoeveel van deze mensen na deze uitputtingsslag op de fiets zich nog vrienden van Jany noemen. De borrel moet ik helaas aan me voorbij laten gaan. “Thanks Kaatje, ik zie je woensdag weer. Toedeloe tweet tweet”, werpt ze mij een handkus toe. Voor mij is fietsen met Jany altijd een groot feest. Al was het maar omdat ze me steevast meedeelt hoeveel calorieën we hebben verbrand….

 
55 oftwel: twee handen vol! Jany heeft er zin an!

 
Meer blogs lezen? Kijk dan op www.damespraatjes.nl, daar staat elke twee weken een verse blog van mij!

 

zondag 27 oktober 2013

Ka in de indoorspeelhel

“Ik zit in de indoorspeelhel”, laat mijn sportmaatje weten op het moment dat ik ook in zo’n indoorspeelhel vertoef. Weliswaar een andere, maar toch. Voor wie niet weet wat zo’n indoorspeelhel inhoudt: een omgebouwde grote hal vol klim- en klautertoestellen waar kinderen, van, pak ‘m beet, 4 tot en met 12 jaar zich volledig kunnen uitleven. Ideaal dus voor een regenachtige dag. Want hoeveel ik ook van mijn boenders houd, er zijn grenzen. Als ze op zo’n druilerige dag hun ei niet kwijt kunnen is dat voor mij ook vooral niet grappig. Dus op naar die binnenspeeltuin. “Mooi makkelijk. Zij spelen en jij lekker zitten.” Nou, dat dacht ik niet. Het is hard werken daar, ook al zit ik op een stoel.

Het begint ermee dat ook ik gewoon entree moet betalen, terwijl ik toch echt niet van plan ben ook te spelen. Ik ben namelijk van plan lekker te zitten en te lezen. Ik mag wel zoveel koffie drinken als ik wil en dat kost niets. Na twee bakkies van die bocht uit zo’n achenebbisj-koffieautomaat ben je straalmisselijk. Je houdt het dan echt wel voor gezien en schakelt van pure ellende over op water. Ik probeer te lezen, ik heb de krant meegenomen. Maar dat is schier onmogelijk. Mijn boenders roepen me continu. Ik hoor hun stem. Om ze te vinden verdraai ik continu mijn nek. Als ik ze eindelijk in het vizier heb, moet ik zwaaien als een dolle wat dan wel weer goed is voor de kipfiletjes onder mijn arm. Het roepen is overigens universeel, niet alleen doen mijn boenders dat, dat doen al die kinderen. En die kinderstemmetjes lijken best op elkaar, dus continu kijk ik als een gek om me heen om tot de conclusie te komen dat het de mijne niet zijn die roepen. Dus opgelucht lees ik weer verder en denk: ‘hoor ik het nou goed? Is dat er een van mij?’ en ja hoor, daar gaan we weer: nek verrekken, zoeken, vinden en zwaaien.
 
Koffie, kranten en een notitieboekje voor als ik heldere ingevingen krijg.
 

En dan de herrie. Mijn god. Ik zorg altijd dat ik zo ongeveer als eerste binnen ben, dan wordt het langzaam druk om me heen en bouwt het gegil langzaam op. Ik trek het niet om in een sporthal te arriveren waar de gillende kinderen al een tijdje lekker op dreef zijn. Maar zelfs als ik die geluidsbarrière nauwkeurig opbouw, dan nog is het gegil van die koters niet te harden. ‘Niet zeuren’, zegt de directie van de indoorspeelhel, ‘wij hebben in onze accommodatie veel aandacht gegeven aan geluidsisolatie. Zo proberen wij het “kabaal” van de spelende kinderen op een prettige manier te absorberen. Via een ingewikkeld proces wordt dit zelfs omgezet in energie. Op deze manier is het prettig om bij ons te verblijven als ouder zonder “gek” te worden van het lawaai. De vooral hoge tonen worden gefilterd voor 70% door het speciale plafond.’ Omgezet in energie?! Hoezo?! Dat moet inderdaad wel een heel ingewikkeld proces zijn. Een paar uurtjes indoorspeelhel kost mij bakken met energie.

En natuurlijk stelt mijn kleinste mij niet teleur; regelmatig staat ie krijsend op het hoogste plateau omdat ‘ie er niet meer af durft. Moet ik met mijn dikke billen nog klimmen ook om die kleinste eraf te plukken. Want om nou als een doorgedraaide Louis van Gaal aan de kant aanwijzingen te geven, dat weiger ik pertinent. Kost nog meer energie.
 
Ziet er goed uit!
 

Meer blogs van mij lezen? Eens in de twee weken, op vrijdag, staat er een verse op www.damespraatjes.nl

 

woensdag 23 oktober 2013

Ka kijkt naar Hollands Next Top Model

Als ik naar mijn sportschool fiets en de rotonde op het Mediapark zwierig als altijd neem, valt het me op dat het erg druk is voor een maandagavond. Dan weet ik het weer: de live uitzending van Hollands Next Top Model 2013 is vanavond. Mijn hart maakt een sprongetje. Al weken kijk ik naar dat programma. Jij? Ja. Ik! Ik heb het opgenomen zodat ik het na mijn uurtje spinnen lekker kan kijken.

De fitties tussen de kandidates vind ik het leukste. Valse Nicht Frenk vraagt met zo’n vies lachje, handenwrijvend hopend op een vilein antwoord: “Zo, Sabine, wat vind je van de andere meisjes?” Sabine, onopgemaakt zo mogelijk nog mooier dan met make-up: “Ja, gotte, als je Waldientje heet dan ben je bij voorbaat al kansloos he, vind je niet? En als je als Waldientje ook nog als een oud wijf op hoge hakken strompelt tijdens je shoot dan kun je wel inpakken, ja toch niet dan?”. I love it! Ik smul hiervan. Vrouwen onder elkaar vind ik zo fascinerend. Bovendien verbaas ik me over de schoonheid die sommigen hebben. Ik heb nooit de ijdele hoop gehad dat ik op een cover zou stralen. Alles wat je nodig hebt om een topmodel te zijn, bezit ik niet. Dat weet ik dankzij het programma.

Nou, dat kan best hoor, met wat letters er door heen.
“Goed vrouw, je hebt dan wel een leuk koppie, een shootable hoofd, maar ga as-je-blieft iets aan je lijf doen. Je hebt zo echt de juiste maten niet”, wordt een spijker met een prachtige haardos geadviseerd. Mijn ongeëpileerde wenkbrauwen gaan richting mijn haargrens. Ik zet het beeld stil. Kijk naar dat lijf dat de juiste maten niet heeft. Huh? Ik kijk naar mijn eigen lijf. Te dikke benen en verder is alles dat uitsteekt, groot aan mij. Ik denk niet dat Valse Nicht Frenk blij met mij zou zijn. Sterker: ik weet het zeker. Daar waar de Vrouw met de verkeerde maten verdrietig knikt, zou ik Valse Nicht Frenk in een enkele stoot knock-out slaan. Is ie nou helemaal gek geworden?!

Enfin. Het programma wordt gepresenteerd door een Top Model uit 1900 die het waarschijnlijk heel goed op niet-bewegend beeld doet, maar er niet verstandig aan heeft gedaan de boel te presenteren. Tenenkrommend slecht. Ik zit desondanks op het puntje van mijn stoel. Ik zie vier modellen die ik al weken volg, wankelen op schoenen zo hoog als een wolkenkrabber. Gaat nergens over. Angst in hun ogen. “Als ik me nou maar niet te pletter val op deze catwalk, ", zie je ze denken. Helaas gebeurt dat niet, wat ik dan wel weer jammer vind, want ik ben erg van het leedvermaak.

Als het bijna zo ver, als het Top Model uit 1900 op het punt staat omslachtig te vertellen wie er heeft gewonnen, gebeurt het. De televisie stopt met het programma en schakelt over naar Pauw en Witteman. Stoom verlaat mijn oren. Ik vloek en ik tier. Omdat dat dat Top Model uit 1900 zo niet door presenteerde, is het programma uitgelopen en heeft mijn opnamekastje aangenomen dat het wel klaar was. Nee! Dat was het niet! Ik pak mijn mobiel en kijk op internet wie er heeft gewonnen.

Ik kan mijn ogen niet geloven. De Vrouw met de verkeerde maten! Zo. Dat zal Valse Nicht Frenk leren. Dat is zijn straf. Ik grijns naar mijn mobiel. Dat is nog 'ns leedvermaak.

Meer blogs lezen? Ga dan naar www.damespraatjes.nl daar staat elke twee weken een verse blog van mij! 

vrijdag 18 oktober 2013

Ka doet ’t vrijwillig

Het voordeel van even zonder werk zitten, is dat je focus een stuk breder wordt. Leed ik tijdens mijn betaald werkend bestaan aan een soort van tunnelvisie, nu zie ik het veel scherper. Mijn leven voor mijn boventalligheid kort samenvattend: drie dagen werken, vier dagen thuis waarvan twee voor mijn boenders zorgen, op alle dagen zooi aanharken, was doen, tuin bijhouden, De Wereld Draait Door kijken, sporten, naar de schoonheidsspecialiste, praten met de buurvrouw, bloggen, verjaardagskaarten sturen en slapen. Dat dus. Nu kan ik al deze activiteiten uitsmeren. Wat een heerlijkheid. Ik vind dan ook dat ik er best wat bij kan doen.

Ik speurde op het internet naar vrijwilligerswerk en belandde in de vacaturebank. De leukste banen kwamen voorbij. Het stemde mij vrolijk, die vacaturebank. Ik pikte er eentje uit. Een PR-medewerkster in een museum. Ik vulde het formulier in en het duurde niet lang of ik werd gebeld. Of ik langs kon komen. Maar natuurlijk. Ik fietste als een malle naar het museum, dat door mijn boenders steevast het Stenenmuseum wordt genoemd. Daar ik niet zoveel met spullen van weleer heb, was ik er zelf nog nooit geweest. De gemiddelde leeftijd van de vrijwilligers aldaar lag net effe hoger dan mijn leeftijd, maar een frisse wind kan enorm aangenaam zijn, zo dacht ik optimistisch.

Al snel had ik in de gaten dat mijn ADHD-manier van praten zorgde voor samengeknepen billen bij de twee vrijwilligers die de ‘intake’ deden. Ik stuiterde dat social media het helemaal was, ook voor het museum en dat Facebook van levensbelang was en dat ik, Ka, ervoor kon zorgen dat het museum gezien werd. Naarstig zochten de intakevrijwilligers naar een boterhamzakje om in het blazen. Tevreden leunde ik, met mijn armen over elkaar, naar achter. Zo. Ik had mijn punt gemaakt.

De intakevrijwilligers keken elkaar aan. Wat moesten ze in godsnaam met mij aan, leken ze te denken. Ik haalde adem en zei dat we het ook best rustig aan konden doen hoor. Dat ik dat heus best wel kon. Zichtbaar opgelucht keken de intakevrijwilligers mij aan. Ze ‘zouden mij bespreken’ in de vergadering.
 
"U hoort nog van ons."
 
Tot mijn grote vreugde kreeg ik een formulier mee. Ik juichte te vroeg; het was een nog nietszeggend formulier. Vooralsnog had ik een proeftijd van twee maanden. Daarna zou ik een evaluatiegesprek met de voorzitter van het bestuur krijgen en als hij tevreden was, dan was het zover. Dan kreeg ik het predicaat vrijwilliger opgeplakt. Dat was nog eens ergens de tijd voor nemen. Niks doorpakken maar nadenken, overwegen, nadenken, in de groep gooien om tenslotte een besluit te nemen.

Ik grijnsde op de weg terug. Zo langzaam mogelijk fietste ik naar huis, zodat ik vast kon wennen aan een wat lager tempo waardoor ik uitstekend in de groep zou passen. Want daarvan was ik overtuigd.

vrijdag 11 oktober 2013

Ka laat zich masseren

Sinds ik in between jobs hang, heb ik tijd. Tijd om lekker te sporten. Knapt een mens van op. Waar een mens ook van op knapt, is een lekkere massage, zo was ik van mening. Tijdens de health week die werd gehouden in mijn sportcluppie was een sportmasseur aanwezig. Een massage van 25 minuten voor 5 euro. Kom er maar eens om. Ik was er dan ook als de kippen bij om me op te geven. Ik wist het zo te vogelen dat ik op vrijdagochtend na mijn pumples terecht kon op de massagetafel.

Na mijn pumplesje, dook ik als de wiedeweerga onder de douche, want het moest voor de masseur natuurlijk ook leuk blijven en van mijn pumpzweetlucht wordt niemand vrolijk. Ik nam een sprint naar het masseerhok en wachtte vrolijk mijn beurt af. God wat keek ik uit naar die twee knedende handen. Een echtpaar stiefelde het hok in. Huh? Er was iets misgegaan met de inschrijflijst. Ik was weg getipp-exed. Nou dat weer. Gelukkig had Sam de masseur, ’s avonds tijd voor me.

Om half negen ’s avonds fietste ik naar de sportclub. Voor de zesde keer die dag in de zeikregen. Maar zelfs die zeikregen kon mijn humeur niet verknallen: ik verheugde me enorm op die massage. Sam gaf me een stevige hand. Mooi zo. Daar was niks mis mee. Ik legde mijn hoofd in het gat van de massagetafel, haalde diep adem en was er klaar voor. Sam begon en zuchtte. “Dat zit flink vast allemaal.” Ik mompelde wat door het gat. Sam wist feilloos de knopen in mijn rug en nek te traceren en drukte deze hardhandig weg. Niets lekker masseren. Ik moest alle zeilen bijzetten om in leven te blijven. Het zou me toch niet gebeuren dat ik zou peigeren op een massagetafel in mijn sportcluppie?
 
Toen hij rechts klaar was, maakte hij een schijnbeweging naar mijn onderrug. Ik glimlachte tevreden. Het glimlachen verging me toen hij links onder handen nam. Waar hij die knopen vandaan haalde, Joost mag het weten. Twintig minuten daarvoor had ik nergens last van, en nu, nu leek het alsof ik een oud, uitgerangeerd vel was. Mijn rug voelde aan alsof een olifant op mijn rug was gaan zitten. “Wacht maar, morgen voelt je rug alsof er een truck overheen gereden is”, waarschuwde Sam grijnzend. Maar zondag, zondag, zo verzekerde big hands mij, zou ik als een jong hert over een hek springen en nergens last van hebben. “Zal ik ook nog even je benen doen?”, vroeg Sam. Driftig schudde ik in het gat met mijn hoofd waardoor mijn oren zeer deden. Geen denken aan. Dan wist ik zeker dat ik morgen me niet meer kon voortbewegen. Ik kleedde me aan en betaalde de marteling.
 
“Oh jah”, riep Sam me na, “veel water drinken, dan kunnen de afvalstoffen weg. En schrik niet als je een heet hoofd krijgt, daar zijn de afvalstoffen naar toegegaan.” Dat laatste leek me sterk; immers mijn hoofd zit het bomvol hersenen, daar is echt geen plek voor afvalstofjes. Als een plank liet ik me die avond in bed vallen. Nog nooit keek ik zo uit naar de zondag….