dinsdag 10 maart 2015

Ka leest Schrijven, kreng!



Vanaf het moment dat ik kan schrijven, schrijf ik. Mijn dagboeken, later omgedoopt tot Life of Ka-boeken, gaan terug toen ik zo'n jaar of 6, 7 was. En schreef over mijn dag.

Lief dagboek. Ik ben naar school geweest.
Het was leuk. Mijn vriendje Roland is gevallen.
Zielig he?
Nou ik ga slapen, tot morgen lief dagboek.

Dagboeken schrijf ik niet meer, daar heb ik geen tijd voor, ik blog. En die schuren tegen de waarheid aan dus toch een soort van documentjes onder de noemer 'leuk voor later'.

En dan zeggen de mensen: 'Ka, bundel die blogs. Ik koop je boek.' Dat vind ik geweldig om te horen. Niets is leuker als je anderen een plezier doet met je pennenvruchten. Maar ja. Dat boek is er nog steeds niet. En in mijn hoofd zitten best wat verhalen. Ideetjes. Maar dan moet ik de kinderen van school ophalen, naar de sportschool, de was sorteren en de goudvis eten geven. Geen tijd om te schrijven.

Mijn schrijfader siddert meer dan ooit. Ik heb namelijk het boek Schrijven kreng! van Lisette Jonkman gelezen. Vol tips en trucs om een boek te schrijven. Wat let me?

Om te beginnen heb ik er een blog over geschreven. Dan zien we wel weer verder, toch.....

http://damespraatjes.nl/ka-leest-schrijven-kreng/

maandag 9 februari 2015

Ka maakt een wandeling door de Jordaan

Na de dood van Johnny Jordaan in 1989 werd geld ingezameld voor dit standbeeld.

Het is algemeen bekend dat ik niet zo’n wandelaar ben. Toch maak ik uitzonderingen voor sommige blokjes om. Zo vind ik het prima om als ik een vol hoofd heb, een wandeling langs het strand te maken. Let wel: dat strand moet grenzen aan een middelgrote badplaats zodat er wel koffietenten in de buurt zijn. Ook vind ik het geen enkel probleem een wandeling te maken door een stad. Koffietenten te over en bovendien: een hoop te zien.

De wandeling ‘De twee walletjes tour’ in Amsterdam, die ik onlangs met mijn vader maakte, was hilarisch leuk. Bij het verzamelpunt, Beurs van Berlage, werd het mij al pijnlijk duidelijk dat ik geen echte wandelaar ben. Om me heen zag ik vooral grijs haar, schutkleuren en stevige stappers. Stond ik daar met mijn geverfde haar, oranje broek en groene Palladiums. Mijn hart maakte een sprongetje toen we werden ingedeeld in de groep van Ben en Hugo. Ben en Hugo maakten van hun hart geen moordkuil, schreeuwden over het Beursplein dat ze een setje waren, dat ze geen haast hadden, dat ze uitkeken naar het kroegbezoek en dat ze er een gezellige wandeling van gingen maken. Ik wreef in mijn handen. Ik zat de middag gebakken, zover was duidelijk. 

Ik gaf mijn vader een arm, en daar gingen we. Op naar de Jordaan. Daar keken we eerst eens even rond. De groep in schutkleuren gestoken grijze bollen, was een gezellige. Ben en Huug hadden het naar hun zin, dat zag je zo. “Schat, hebben we ze allemaal nog?”, schreeuwde Huug over vijfentwintig hoofden heen naar Ben. Ben stak zijn duim op. “We mogen drie procent kwijtraken. Nou ja, dan hebben we een goeie dag”, gierde Huug. Onderweg vertelde het koppel interessante wetenswaardigheden. Ze wezen de groep op muurtegels, op bouwstijlen en andere leuke Amsterdamse zaken. Na dik anderhalf uur streken we neer in café Rooie Nelis, een onvervalst ouderwetse kroeg met Perzische tapijtjes op de tafels.

Jose, Grijze Gerrit en Huug in café Rooie Nelis.
Eigenaresse Sien (dik in de tachtig) was er niet, maar haar wederhelft Grijze Gerrit wel. Grijze Gerrit had vroeger de bijnaam Zwarte Gerrit. Maar die sloeg, nu Gerrit ook dik in de tachtig was, nergens meer op. “Nou ja”, schaterde Grijze Gerrit, “van onderen, daarzo, u weet wel, is het nog helemaal op kleur.” Uit de speakers knalde het liedje “Een pikketanusie gaat er altijd innnnn!”. Grijze Gerrit zong mee. “Ja mensen, de pik van annusie gaat er altijd in.” De bardame Jose vertelde dat Danny de Munck en Gerard Joling regelmatig een biertje kwamen halen. En dat prinses Beatrix al vier keer was geweest. Voor de rest werd de kroeg vooral bevolkt door buurtbewoners. Hard en vals zong Jose het Nederlandse levenslied weer mee.


Opgewarmd verlieten we Rooie Nelis. Op naar de warme buurt, de wallen. Natuurlijk stonden we stil voor het oude politiegebouw op de Warmoesstraat. Daar waar De Cock in zijn serie Baantjer naar buiten keek. Vervolgens liep de groep naar het huis van Ben en Huug. Midden in de hoerenbuurt. Vrolijk zwaaiden de twee gidsen naar hun schaars geklede buurmeisjes. Lieten zien waar ze woonden (‘wees welkom als u in de buurt bent’) en tenslotte mochten we even de meisjescarrousel in. De meisjescarrousel, zo leerden we, was een warm gebouw, vol ramen die op drukke dagen vol meisjes van plezier staan. Nu waren slechts twee dames aan het werk.

Het had wat treurigs; die grijze bollen gehuld in schutkleuren in het broeierige gebouw. We namen hartstochtelijk afscheid van Ben en Huug en beloofden als we in de buurt waren, koffie bij ze te drinken. Mijn vader en ik keken elkaar op de terugweg naar de trein aan en wisten dat koffie bij Ben en Huug er waarschijnlijk nooit van zou komen. Het was goed zo.

vrijdag 6 februari 2015

Ka d'r oudste is aan het Ducktypen



Ik kan typen met tien vingers tegelijk. Dat heeft voordelen. Zo kijk ik altijd op mijn scherm en zie gelijk wat ik schrijf en ik kan gelijktijdig gewoon tegen iemand aan leuteren terwijl ik vrolijk doortyp. Ik vind het vanzelfsprekend dat ik tienvingers-blind typ.

Wat was ik verbaasd toen ik als jonge blom mijn eerste schreden op de redactie van een lokale krant zette. Mijn redactiechef, steevast vloekend en steevast een rood hoofd, tikte als een malloot met twee vingers zijn verhalen. En dat was de tijd dat er niet aan 'kort en bondig schrijven' werd gedaan. Dat was de tijd van eindeloze verhalen. Nog steeds kan ik het gehak op zijn toetsenbord horen.

Toen ik lucht kreeg van Ducktypen, een hartstikke leuke typecursus voor kinderen vanaf 8 jaar, heb ik mijn oudste aangemeld. En braaf typt hij de oefeningen. Heel graag zou ik willen zeggen 'braaf typt hij ELKE DAG de oefeningen, maar dat gaat niet. Omdat er ook andere zaken moeten gebeuren. Sporten, school, chillen bijvoorbeeld.
 Ik vind het wonderlijk om hem te zien typen. Die kleine vingertjes op mijn grote laptop. Dat blije hoofd als hij een oefening heeft gehaald, de struggle als hij het net niet haalt. Hij werkt op de redactie van Donald Duck aan een krant. En vindt dat toch wel razend interessant.

Meer weten over Ducktypen? Gratis proefles doen? Ga dan naar: http://www.damespraatjes.nl/2015/ka-dr-oudste-volgt-een-cursus-ducktypen

zaterdag 24 januari 2015

Ka wordt wakker in een witte wereld

Sneeuwman Olav wordt in elkaar geknutseld.
 
Er wordt ijzel voorspeld. En sneeuw. Vind ik niet erg zolang ik gewoon lekker binnen kan zitten. Dat ik vanaf de bank naar buiten kan kijken hoe het ijzelt. Minder grappig vind ik het om met dit soort barre weersomstandigheden auto te rijden. Mijn oudste heeft de volgende dag een voetbalwedstrijd. In de loop van de avond krijg ik een appje. Afgelast. Opgelucht haal ik adem. Ik hoef niet om 8.15 uur in de auto op weg naar een of ander knollenveld in de buurt.

’s Nachts word ik wakker door een autoalarm. Benieuwd of het al heeft gesneeuwd kijk ik met mijn lenzenloze ogen naar buiten. “Het voetbal gaat wel door”, mompelt De Man. Huh? Foutje van de KNVB. Ik zucht diep en zet alsnog mijn wekker. Om zes uur komt mijn kleinste, met slaapmuts, juichend de slaapkamer in. “Het sneeuwt, mam”, maakt hij mij wakker. Ik kreun.

Weer kijk ik naar buiten. De wereld is wit en doodstil. Zo moet sneeuw zijn, denk ik terwijl ik onder de douche spring. Als ik mijn oudste vertel dat er toch voetbal is, zucht hij. “Maar het sneeuwt”, wijst hij naar buiten. Ja. Vindt de KNVB geen enkel probleem, een beetje sneeuw.
Al snel worden de andere ouders uit het voetbalappje wakker. Om vijf over zeven wordt het definitief: de wedstrijd gaat niet door.

“Mooi”, roept mijn oudste, “dan kan ik een sneeuwpop maken.” Mijn kleinste wurmt zich in zijn snowbootsen. Daar gaan ze. Vakkundig maken ze twee grote sneeuwballen. Die ploppen ze op elkaar. “Zo”, wrijft mijn oudste in zijn handen, “nu een wortel mam.” Sinds ik onder het strakke afval-regime van Ratna sta, heb ik altijd wortels in huis. Ik pak er een. Als mijn jongste de wortel in de sneeuwbal duwt, valt het hoofd van de pop eraf. Mijn oudste zucht en rolt met zijn ogen. Een tweede hoofd wordt gemaakt. Plop. Op het rompje van de sneeuwman. Inmiddels heeft mijn kleinste steentjes gezocht die als knoopjes moeten fungeren.
Samen bouwen ze Olav, zoals de sneeuwpop inmiddels heet, af. Worteltje erin en klaar.

Olav. Rust in vrede.


Met frisse rode wangen en een snotneus komen ze binnen, die mannen van mij. Ze nestelen zich op de bank en warmen hun handen aan een kop warme chocolademelk. Olav staat heel erg sneeuwpop te zijn, buiten in de voortuin. Als niet veel later de zon doorbreekt en de dooi (hoera!) inzet, overlijdt Olav. Even overwegen mijn boenders een staatsbegrafenis. Maar zien daar van af. “Als het weer sneeuwt, maken we gewoon een nieuwe.”


Zo simpel is het.

De trotse maker van Olav. 





dinsdag 13 januari 2015

Ka valt -niet- af, deel 3

Uitgestrekt valt het allemaal nog wel mee. Maar als ik zit, worden de rollen zichtbaar.

Mijn afvalrace is heel even gestagneerd. Komt door december. Is natuurlijk ook een niet-te-doen-maand wat niet-snoepen betreft. En heus, ik heb mijn best gedaan om weerstand te bieden aan calorierijk voedsel. Ik heb jammerlijk gefaald.

Afgelopen vrijdag was het weer zo ver: aantreden op de weegschaal van Ratna. Toen ik thuis op de gewone weegschaal ging staan, en mijn gewicht kreunend verscheen, wist ik dat het foute boel was. Ik dacht na. Oh ja. Appeltaarten! Ik heb een talent voor het bakken van appeltaarten. Dat wist ik niet, het is altijd een latent talent geweest, maar uitgerekend in december openbaarde het talent zich. 

Van mijn moeder heb ik geleerd dat als je dan bakt, je het ook goed moet doen. Dus gaat er roomboter in. Niks mager schraapsel. En amandelspijs. Omdat dat zo lekker is. Nou ja en bij appeltaart hoort natuurlijk een flinke schep slagroom.

Die appeltaart is slechts een van de vele boosdoeners. Ik ben niet afgevallen deze maand. Integendeel. Wil je weten wat de schade bedraagt? 

donderdag 1 januari 2015

Ka leest Oei ik groei!

Baby's huilen best veel.
Dit is mijn oudste of kleinste, daar wil ik van af zijn, maar soms werd ik radeloos van zijn gehuil!
Oei ik groei bracht vaak uitkomst...

Mijn boenders zijn nu 5 en 7. En huilen als ze heel hard vallen. Soms ook als ze hun zin niet krijgen. Of als ze onheus worden bejegend. Logisch. Toen het van die kleine frisruikende baby's waren huilden ze vaak. Waarom? Geen idee. Vooral bij mijn oudste zat ik geregeld met mijn handen in mijn haar. Wat was er nou? Ga nou slapen. Ik ben moe. Ik ben het zat. Ik wil rust. Geen krijsende baby in een wieg. Ik liep het rijtje af. Schone luier. Gegeten. Juiste temperatuur. Check. Nou. Why crying?

Van een vriendin kreeg ik, toen ik het allemaal niet meer zag zitten en nooit maar dan ook nooit meer een tweede baby wilde, het boek Oei ik groei. Een soort bijbel voor jonge ouders zeg maar. Daar werd ik een stuk wijzer van. Ik las over de verschillende sprongetjes die mijn baby maakte. En dat dat met de nodige frustratie ging. Oke. Ik kreeg begrip voor dat krijsende mini-mensje.

Wat fijn! Het werd voor ons allemaal een stuk aangenamer. Benieuwd hoe dat alles verder ging?
Lees dan mijn blog: http://www.damespraatjes.nl/2014/ka-leest-oei-ik-groei

zaterdag 20 december 2014

Ka bakt worstenbroodjes voor school


Worstenbroodjes voor het kerstdiner. Zalig.

Och. Wat geniet ik. Wat kom ik bij. Zaterdagochtend. Half acht. Ik loop nog in mijn joggingbroek en slaaphoofd. Mijn kleinste mannen kijken naar Kerst met Linus. Relaxed. Geen gehaast. Geen geheu. Geen ‘heb je mijn scheenbeschermers in mijn tas gedaan?’ of: ‘mahaaam, kom nou we moeten toch weg? Anders komen we te laat op het voetbalveld’ en, mijn kleinste die nog niet voetbalt, ‘ik haat voetbal. Ik wil niet mee. Nee, ook niet als ik warme chocolademelk krijg’. Niks van dat al. Rust. Krantje lezen. Koffie drinken. Het is kerstvakantie en het voetbalgebeuren heeft ook vakantie. Aan deze zalige zaterdagochtend ging wel wat stress vooraf; donderdag hadden mijn boenders kerstdiner.

“Vergeet je niet op de lijst in te vullen wat je gaat maken”, prikte een moeder vinnig in mijn arm. Ik zei dat ik even mijn Donald Duck-kookboek moest zien te vinden en dat ik dan echt, echt haar o-zo belangrijke lijstje zou invullen. Mijn oudste hoorde het aan en trok zijn wenkbrauw op. Ik knipoogde naar ‘m.

Woensdagmiddag vond ik het Donald Duck-kookboek terug. Gelukkig. Democratisch besloten mijn oudste, jongste en ik dat we Kwik, Kwak- en Kwek-worstenbroodjes gingen maken. “Trek ik lekker mijn Juichpakske aan”, danste ik door de keuken. Mijn mannen zuchtten diep en hoopten dat ik een grapje maakte.

Donderdagmiddag, half drie. Hieperdepieper hollen mijn mannen naar me toe. “Gaan we worstenbroodjes bakken, mam?” Ja ja. De ingrediënten heb ik klaar staan. Gelijk bakken is geen optie, dat is nog te vroeg. Hoe ik het voor elkaar krijg is me nog steeds een raadsel, maar ineens duw ik enorm tegen de deadline van het kerstdiner. We hebben nog een half uur. Dat is wat krap op z’n zachtst gezegd. Mijn mannen staan in hun nieuwe trui (‘waarom staat er geen kersthert op?’, vroeg mijn kleinste nog teleurgesteld.) in de keuken. Binnen een minuut zitten die vrolijke kersttruien zonder kersthert onder de bloem. 

We ploppen het deeg open, rollen de worsten erin en leggen de broodjes op de bakplaat. “Mam! Mogen moslims dit ook eten”, vraagt mijn immer aan anderen denkende oudste. Nee. “Dit is niet halal, nee.” Mijn oudste trekt een pruillip. “Dan mag Youssouf dit niet hebben en ik had hem gezegd dat jij de allerlekkerste worstenbroodjes van de hele wereld bakt.” Mijn hart breekt. Mijn zenuwen ook. We hebben nog tien minuten. Ik schuif de plaat met broodjes in de oven. Hijs mijn mannen vast in hun jas. Zet de tas met kerstpresentjes voor de juffen klaar. Braaf staan mijn boenders in hun jas en muts op in de keuken te wachten. De oven piept. We hebben nog een minuut. Als bezetenen fietsen we naar school. Ik ben gesloopt. De moeder met haar prikkende vinger rolt met haar ogen als ik de school binnen stier. “Je hebt het niet op de lijst gezet”, wijst ze op mijn dampende broodjes. Ik grijns en loop naar de klas.

Als ik mijn mannen na ruim een uur weer ophaal, stralen ze. “Mam, iedereen vond de broodjes heerlijk. Vooral juf Natasja. Ik moest haar er eentje brengen.” Ik haal opgelucht adem en voel hoe moe ik ben. Terwijl ik in de schoolgang sta, verheug ik me op die lange lome zalige zaterdagochtend. Die ochtend waarop ik niets moet. Helemaal niets.