donderdag 14 februari 2013

Op naar AK

Reizen maakt wijs. Op vele fronten. Zo weet ik inmiddels dat je vis niet alleen vangt, bakt en opeet, maar dat je er ook mee gooit. En dan niet met een lullig klein wijtinkje, nee hoor met zo'n grote, zoute jongen. Dat doen ze in de viswinkel op Pike Place Market in Seattle. Staan daar van die stoere mannen in van die plastic vissersbroeken naar mekaar te fluiten en te schreeuwen, en hotsa, daar vliegt een vis. Van de een naar de ander. Ik besloot dit tafereeltje op grote afstand te aanschouwen. Het idee dat ik daar vlakbij zou staan, die vis uit koers zou raken en in mijn nek zou belanden, leek me weinig aantrekkelijk. Bovendien heb ik een hoofd om wat tegen te zeggen om een geintje mee uit te halen. Nee ik maakte veilig een foto van een beschilderd elektriciteitshuisje waarop het tafereeltje meer dan kunstig is vastgelegd, kocht een appel bij het tegenover gelegen groentekraampje en slenterde samen met Eef en Olga door.

Vliegende vis geschilderd op een elektriciteitshuisje.

De nacht in Seattle hadden we alle drie goed doorgebracht; we kwamen erachter dat we alledrie om drie uur s nachts wakker waren. Om negen uur togen we naar een tentje waar we een smakelijk broodje aten, koffie dronken en ons winkelschema weer oppakte. Veel tijd was er niet, maar dat heb ik ook niet nodig om te brassen.

Om half twaalf stopte de taxi voor het hotel. Mjin hart maakte een sprongetje; hij reed dan wel niet in een enorm grote auto, maar mooi was ie wel. "I like you''re car", juichte ik de taxichauffeur Alex (spreek uit: Eeelexxxx) die mij niet begrepend aankeek, zelfs een beetje bang van me werd, en ongetwijfeld dacht: die is niet wijs. Ik stortte me op zijn zuurtjes die hij achterin in de deur voor de gasten had klaargelegd. Ik mocht m wel, die Eeelexxx die ogenblikkelijk een link naar NL zocht. En vond. Zijn vader was geboren in Hamburg. Is toch ook Nederland tenslotte.


Alex de taxichauffeur haalt ons op en brengt ons
naar het vliegveld.

Enfin op naar het vliegveld in Seattle. Een lekker overzichtelijk vliegveld. Inchecken en hop door de douane. De controles vielen me overigens enorm mee. Ik had me voorbereid op het ergste en mijn pokerface afgestofd en me vooral voorgenomen geen hysterische grappen uit mijn zenuwen te maken. Maar het was nergens voor nodig. Mijn tas hebben ze opengemaakt; het slotje keurig op een begeleidend briefje geplakt en godzijdank alles in mijn tas gelaten en niets uitgepakt. Je tas is top Margreet! Erg blij mee!

De vlucht naar Anchorage was een erge. Slechts drie uur, maar men wat een turbelentie. Bovendien zaten de drie musketiers op de allerlaatste stoelen van het vliegtuig waardoor ik het gevoel had dat we naar beneden hingen. Mijn water klotste uit mijn kopje en ik dacht alleen maar: Nou ja, storten we neer dan moet het zo zijn, maar sjonge wat balen van al die cadeautjes die ik heb meegesleept. Mijn leven flitste gek genoeg niet langs me heen, maar dat zou ook wel een beetje veel van het goeie zijn. Ik was blij toen de kist de landingsbaan raakte.

Zoals ik al zei: reizen maakt wijs. Zo besloot ik deze vlucht mijn schoenen aan te houden en dat was een wijs besluit. Mijn schoenen knelden verschrikkelijk door mijn opgezette voeten, mijn ring zat zo ongeveer in mijn bot en het vlees popte vrolijk rond mijn ring.


Een vliegtuig met op de staart een eskimo, hoe cool is dat.



Peet en Storm wachtten op ons. Heerlijk om die twee te zien! Storm was helemaal hieperdepieper; omi en die rare Keeeeee from Holland! Dat belooft veel goeds de komende week. De rit naar de lodge van Peet en Eef duurde ruim een uur. Het maakte mij allemaal niet meer uit, blij dat ik verlost was van die turbelentie en dat er een kleine kabouter tegen me aan kwekte, zakte ik diep weg in de achterbank en dacht: ik, Ka, ben in Alaska. ALASKA.

En nu zit ik hier als een prinses in bed te bloggen. Mijn eerste nacht in een cabin, heerlijk! Vandaag ga ik eens goed de omgeving in me opnemen. En naar de supermarkt Fred Mayer!!!!

Wil je zien waar ik ben? Kijk dan even op www.knikriverlodge.com

Have a good one!

woensdag 13 februari 2013

Sleepless in Seattle

Oh mijn god. Ik lig in een hotel in  Seattle. Sleepless. Dat dan weer wel. Maar hee, echt de hele nacht slapen zou zonde zijn. Mijn bioritme is volledig in de war. Autist als ik ben, de dagelijkse gang van zaken gewoon op een vast tijdstip uitvoeren, kan ik niet slapen. De tijd? 03.05  uur. Maar we zijn er. Olga en ik blijken prima reisgenoten te zijn. Onze daverende lachsalvo begon al in het vliegtuig. Ik zit nog maar net in mijn stoel, vul een ingewikkeld formulier in, als de Amerikaanse stewardess mij iets aanreikt. Gulzig pak ik het aan, heerlijk wat te snacken. Maar nee. Het was een warm lapje dat lafjes naar citroen ruikt en dat ik vooral niet kan eten. Toen we bijgekomen waren uit onze lachsalvo, kwam ze het weer halen. Ongebruikt retour.

Na negen uur vliegen stapte we uit in Seattle. Met olifantenpoten die niet meer in mijn stoere sneeuwboots pasten die hier nergens op slaan omdat het wel lente lijkt. Boven aan de trap stond Eef. Ik slaakte een kreet. En besefte op dat moment dat ik, Ka, in Amerika ben. In zo'n Amerikaanse bak, een zwarte GMC, scheurden over de higway naar het Roosevelt Hotel.

Snakkend naar het natte lappie uit het vliegtuig, fristen we ons wat op en renden Seattle in. Een walhalla voor een Gooise vrouw. Hier kan ik prima mijn geld kwijt. Geen punt. Met als hoogtepunt the Nike-shop (gevonden Syl!) waar ik een shirt kocht. En als ik dan pump, dan weet ik dat dat shirt uit Seattle komt. Hoe gaaf is dat? En ja hoor, de eerste gangsta-rappers heb ik gespot en met gevaar voor eigen leven gefotografeerd.




Yo Bro! Heavy dudes at Pike Place. Zelfs de hond lijkt aggressief.


Een ander leuk toeristisch hoogtepuntje: met een monorail naar The Needle. Een soort Eifeltoren maar dan anders. Eef zei terecht: Elke keer als ik dit ding zie, dan doet het me wat. Kan ik me wat bij voorstellen.

In de monrail op weg naar de Space Needle.


De vriendelijke Thai voorzag ons van erg fijn eten (spinazie!). Op naar het hotel. Om toch waar voor mijn geld te hebben en niet alleen maar te slapen, keek ik om me heen en dronk mijn Starbucks coffee-to-go op. Ik rommelde wat. Ik kon niet meer. Ik was bijna 24 uur wakker. Weet je wat dat met je hersens doet? En helemaal met die drukke grijze massa van mij? Ik worstelde mij in het strak opgemaakte hotelbed. En natuurlijk viel ik in slaap. Drie uur later werd ik zwetend wakker. In de verte hoorde ik de muzikale neger die met zijn klarinet zijn longen uit zijn lijf blies, en die van mij al een dollar te pakken had -ben de beroerdste tenslotte ook niet-, de blower van de hotelairco en ik voelde mij alsof ik 40 graden koorts had. Al snel kwam ik erachter dat dat niet het geval is, maar dat ik onder een laken lag. En een deken. En een dekbed. En een sprei. Best warm. Ik pelde me af en was klaar. Als een kind met zijn ogen stijf dicht -als die kleppen dicht zijn, dan slaap je immers- lag ik in bed. En verdomd, ik sukkelde weer weg. Maar werd ook weer wakker. Een prachtig blog-moment dus. Straks gaan we lekker ontbijten in de stad, en om half twaalf naar het vliegveld op naar Alaska. Waar de beren, Peet en Storm op ons wachten. Ik kan ook niet wachten en probeer nog maar een uurtje slaap te pakken.

zaterdag 9 februari 2013

Farviewer

Een van de vele uitdagingen, naast het uit de klauwen van een beer blijven, is mijn Engels taal. Vol enthousiasme plak ik woorden aan elkaar en klink ik als Patricia Paay. Het lijkt heel professioneel Engels, maar het slaat kant noch wal. Steenkolen Engels dus.

Jaren terug was ik op vakantie met Oek in Schotland. Ideaal land; bergen, weinig mensen, veel omgeving en hier een daar een verdwaalde Schotse Hooglander. Heel overzichtelijk. Oek en ik gaven ons op voor een vogelexcursie. Met de Schotse boswachter, die ik vooral niet verstond, schoten we willy nilly door de bos. Een verrekijker hadden we niet, maar die mochten we lenen. Een journalist van een plaatselijke krant spotte ook mee. Ook hij was verrekijker-loos en vroeg of hij de mijne even mocht lenen. Tuurlijk. Maar die Schotse knakker tuurde wel heel erg lang door mijn verrekijker. Ik dacht diep na wat de vertaling van verrekijker was, liep op hoge poten op de beste man af en tikte hem op zijn schouder. Nogal verontwaardigd (wat dacht ie nou eigenlijk wel?) vroeg ik: "Can I have my obstacles back?" Niet begrijpend en geirriteerd keek hij mij aan. Oek schoot me te hulp. "Het is een farviewer, Ka, farviewer." Ik herhaalde mijn vraag, maar gebruikte nu farviewer. Leek me eigenlijk ook logischer. Oek kwam niet meer bij. Ik rukte de verrekijker uit de handen van de journalist (had het tenslotte twee keer beleefd gevraagd) en ging op zoek naar een arend. Veel later kwam ik tot de ontdekking dat verrekijker in het Engels binoculars is. Met terugwerkende kracht kwam ik zelf ook niet meer bij.



Thermo-ondergoed en muts

Ik weet het al een jaar. Een jaar lang weet ik dat ik naar Alaska ga. Want daar woont Eef. En Eef wordt 40. Dat is niet leuk, maar wel als ik samen met de moeder van Eef naar Alaska reis om haar bij te staan. Mijn komst had een verrassing moeten zijn. Want dat ik ooit naar Alaska zou gaan, leek onmogelijk. Ik heb niets met sneeuw en kou. Ik ben als de dood dat een beer mij opeet. Ik overleef het niet zonder winkels in een straal van 5 kilometer. Zo vaak heb ik Eef gezegd: "Mens, pak je boeltje op en begin een bed & breakfast in Portugal. Zie je mij ook een stuk vaker." Maar Eef is standvastig. En niet van haar stuk te brengen. En dat siert haar.

Samen met Peet hebben we nog even geprobeerd het te verzwijgen voor Eef. Dat haar moeder zou komen, wist ze inmiddels, die troef legden we vast op tafel. Maar dat ik, Ka de Kou-hater zou komen, dat verzwegen we. Maar de druk werd hoog, Eef d'r voelsprieten maakten overuren. Wanhopig vroeg Peet mij hoe belangrijk het was mijn komst geheim te houden. We zwichtten onder de druk van die priemende voelsprieten. En gelukkig maar; de voorpret doet Eef goed. Meer dan goed.

Enfin. Alaska. Das een beste onderneming. "Goh, wat gaaf zeg, ik hoorde dat je naar Antartica gaat", klopte de spinningjuf mij vrolijk op mijn schouder. Nee Alaska. En een dag en nacht in Seattle. Ik zeg het alsof ik het over de buurvrouw heb die op wereldreis gaat. Maar, nee, oh mijn god. Ik ben het. Over vier dagen is het zover.

Wat neem je mee? Het eerste dat ik kocht was thermo-ondergoed. En een muts. Daar moet ik het een heel eind mee gaan redden. Snowboots vinkte ik ook van mijn lijstje. Een uitstekende aankoop gezien het barre winterse weer wat we hier in Nederland hadden. Als ik weer eens vloekend aan kwam (bagger sneeuw, ik haat het), dan wees men mij er fijntjes op 'dat het in Alaska nog veeeel kouder is, wen er maar vast aan'. Steevast was mijn antwoord: "Maar daar hebben ze niet zo'n snijdende oostenwind."

Goed. Thermo-ondergoed, een muts en snowbootsen. En dan? Badpak en zonnenbril. En cadeautjes. Bergen cadeautjes. "He Kaatje, je gaat naar Eef hoorde ik, kun je een aardigheidje voor haar meenemen." Tuurlijk. "Ach, neem even een cadeautje mee, dan hoef ik het niet op te sturen." Geen punt. "Als je gaat he, naar Eef en Peet, neem dan even paaschocolaatjes mee. Vindt ze leuk." Met als gevolg dat mijn geleende koffer op wieltjes vol cadeautjes zit. En boeken. Boeken die ik overal kan lezen en dan bij Eef kan achterlaten, zo had ik bedacht. Wellicht moet er ook nog wat kleding mee.

Kleding. Ja. Wat?! Hoeveel? De stressvlekken vliegen mijn nek in. Ik blaas in een zakje en herhaal als een mantra: er is een wasmachine, er is een wasmachine, er is een wasmachine. Het helpt. Wat moet ik nog meer meenemen? Ik ben het overzicht kwijt, het spoor bijster en besluit een blog te beginnen. Omdat het wellicht leuk is mij te volgen, want mijn vertrek naar Alaska is bijzonder. En zo vogel ik uit hoe ik een blog aanmaak. Kost me ruim een uur. En dat uur heb ik best hard nodig om andere zaken te regelen. Ik had een krantenpagina kunnen maken (maandag deadline, zoveel te doen), ik had wat kleding kunnen uitzoeken. Nou ja. Laten we het er maar ophouden dat ik een deadline-knaller ben. Als het niet meer anders kan, als de tijd mij op de hielen zit, presteer ik het best.

We zullen zien.